Met de recente berichten uit Siberië van een paar gevallen van de builenpest in het hoofd zocht ik naar het verhaal van de pestepidemieën die Portugal hebben geteisterd.
De onzichtbare sluipmoordenaar
Geen enkele ziekte heeft zulke diepe sporen achtergelaten als de pest. Wie door het historische centrum van Lissabon, Coimbra of Porto wandelt, kan talloze herinneringen aantreffen aan deze verwoestende ziekte: van eeuwenoude dankprocessies en kapellen tot afgesloten poorten van stadsmuren.
In dit artikel vertel ik wat de ziekte inhoudt, hoe men er eeuwenlang tegen vocht met bizarre remedies en bijgeloof, en hoe de epidemieën zich in Portugal hebben voltrokken. Van de Zwarte Dood in de veertiende eeuw en de apocalyptische Peste Grande van Lissabon in 1569 tot de uitbraak in Porto in 1899. Ik sluit af met de vraag hoe groot het risico op terugkeer vandaag de dag is.
Wat is de pest?
Builenpest is de meest voorkomende vorm van pest, veroorzaakt door de Yersinia pest-bacterie en overgebracht door de rattenvlo. Ze geeft pijnlijke lymfeklierzwellingen, soms zo groot als een sinaasappel, koorts en delirium. Zonder behandeling overleeft minder dan 40% van de patiënten, maar met snelle toediening van antibiotica stijgt de overlevingskans naar meer dan 85%.

Foto CDC
Een uitbraak diende zich in het verleden vrijwel altijd aan door massale rattensterfte (de ‘rattenval’). Oude hindoegeschriften adviseerden al om huizen te verlaten zodra er ratten uit het dak kwamen vallen.
De wereld is al eeuwenlang geteisterd door de pest. De meest bekende epidemie werd de Zwarte Dood genoemd. Het was een pestepidemie die van 1347 tot 1352 het middeleeuwse Europa verwoestte. De Zwarte Dood doodde naar schatting 25-30 miljoen mensen. De ziekte ontstond in Centraal-Azië en kwam vervolgens via Italië Europa binnen. NPO heeft een aardig twee-minutenuitleg over de geschiedenis van de pest.
Behandelingen en volksgeloof door de eeuwen heen
Omdat de echte oorzaak onbekend was, probeerde men de pest te bestrijden met remedies die achteraf gezien vaak meer schade aanrichtten dan genezing brachten. Men schreef de ziekte toe aan een verstoring van de lichaamssappen of aan ‘miasmen’ (stinkende, besmette lucht).
Artsen sneden de rijpe pestbuilen open om het gif af te voeren, of plaatsten er levende kikkers, bloedzuigers of geplukte kippen op. Ook het toedienen van braakmiddelen, heet kwik of het zweten in broodovens waren gebruikelijke methoden. De bekende arts Nostradamus had een verstandiger aanpak: hij pleitte voor frisse lucht, schoon drinkwater, een vitamine C-rijk dieet van rozenbottels en het snel afvoeren van lijken.

Gelovigen schraapten zandsteen van kerkpilaren (‘slijpgleuven’). Dit poeder werd gemengd met kruiden en opgedronken als heilig geneesmiddel. Ook legde men een warm sneetje versgebakken brood op de lippen van stervenden om de besmette lucht op te vangen.
Bijgeloof personifieerde de pest vaak als een blinde vrouw, als drie mysterieuze vrouwen met een register, schaar en bezem, of als een pratende geit in Estland. In Zuid-Europa riep men speciale pestheiligen aan, zoals de heilige Rochus (die de pest overleefde met hulp van een hond) en de heilige Sebastiaan.

Een pestmeester was een door de overheid aangestelde functionaris die tijdens epidemieën pestlijders verzorgde en ook wel snaveldokter werd genoemd vanwege het karakteristieke snavelmasker.
De Capela de Nossa Senhora da Saúde is een kleine barokke katholieke kapel in Lissabon, op de grens van de wijk Mouraria en Praça Martim Moniz. Het is het centrum van een van de oudste religieuze tradities van de stad: de jaarlijkse Procissão de Nossa Senhora da Saúde, in mei, opgezet in de 16e eeuw nadat een verwoestende pestuitbraak in 1569 duizenden slachtoffers eiste en de bevolking uit dankbaarheid voor het einde van de epidemie een beeld van Nossa Senhora da Saúde in de kapel plaatste en de processie een begin kreeg.

Chronologie van de pest in Portugal
Portugal bleef door zijn Atlantische ligging en intensieve handelsnetwerken niet gespaard voor terugkerende epidemieën. De belangrijkste historische uitbraken waren:
1348-1349 (De Zwarte Dood): de ziekte bereikte Coimbra rond september 1348. Hoewel beweringen over 350.000 doden niet te onderbouwen zijn, verloor Portugal naar schatting een derde van zijn bevolking. De Cortes (rechtbank) van 1352, bijeen in Lissabon, behandelden het acute tekort aan landarbeiders en de vele braakliggende gronden.
1361-1362 (Pestis Secunda): deze tweede golf trof in Portugal vooral kinderen en jongeren die tijdens de eerste golf nog niet blootgesteld waren.
1384 (Het beleg van Lissabon): toen het leger van koning Johan I van Castilië Lissabon belegerde, brak er pest uit in het Castiliaanse legerkamp. De Castilianen moesten het beleg opbreken, waardoor Lissabon werd gered. De schilder Constantino Fernandes legde dit tafereel in 1901 op doek vast.

1414-1416: Zware epidemie in Lissabon waarbij koningin Filippa van Lancaster overleed.
1483-1496: Meerdere stadsuitbraken. In 1492 werden joodse vluchtelingen uit Spanje als bron van de pest aangewezen en onder streng koninklijk toezicht geplaatst.
Het dieptepunt: de Grote Pest van Lissabon (1569-1570)
De zwaarste gezondheidscrisis in de Portugese geschiedenis staat bekend als de Peste Grande. In iets meer dan een jaar tijd eiste deze epidemie tussen de 40.000 en 60.000 levens op in Lissabon, bijna de helft van de stadsbevolking.
Kroniekschrijver Frei Luís de Sousa meldde dat de ziekte uit Venetië werd meegebracht in handelskoopwaar. Moderne historici wijzen op een landroute via Spaanse steden. De eerste doden vielen op 28 december 1568 in Lumiar. De vijftienjarige koning D. Sebastião en zijn medische commissie schreven de ziekte aanvankelijk toe aan ‘de strenge winter en vochtigheid’, tegen het advies van ervaren artsen in.
In de zomer van 1569 stierven er 500 tot 700 mensen per dag. Koning D. Sebastião en het hof vluchtten naar Sintra. Op 13 juli 1569 brak massale paniek uit door het gerucht dat de heuvels van Lissabon en Almada op elkaar zouden botsen en de Tejo de stad zou overspoelen. Duizenden inwoners vluchtten en verspreidden de pest over het platteland (‘velden vol doden’).
Kerken raakten overvol. Lijken lagen op straat in lijkwaden. De autoriteiten lieten criminelen vrij uit gevangenissen op voorwaarde dat zij als grafdelvers massagraven groeven buiten de stad. Zwerfhonden groeven lijken op, en zwermen kraaien vulden de hemel. Lissabon veranderde in een spookstad waar het gras tussen de straatstenen groeide. Boeteprocessies werden stopgezet omdat samenkomsten de ziekte verergerden.
In het voorjaar van 1570 luwde de pest. Uit dankbaarheid vond op 20 april 1570 de eerste dankprocessie van de Senhora da Saúde plaats. Kort daarna zeilde de Indische vloot uit met 3.000 man; onderweg overleed meer dan de helft van de opvarenden aan de pest.
Latere epidemieën
Ook na 1570 bleef de bacterie opduiken in verschillende regio’s. In de 17e eeuw waren er verscheidene uitbraken in verschillende steden in Portugal.

1899-1900 (Uitbraak in Porto): Op 8 augustus 1899 leverde Ricardo Jorge het laboratoriumbewijs voor builenpest in Porto. De autoriteiten stelden van 24 augustus tot 22 december 1899 een streng militair cordon sanitaire in (zie Jorges schets links uit Wikimedia). De epidemie eiste 120 levens op bij ruim 320 besmettingen. De ziekte bleef in Porto endemisch tot circa 1915. Terwijl Ricardo Jorge de bacterie aantoonde, reisde zijn collega Luís da Câmara Pestana vanuit Lissabon naar Porto om de uitbraak in het laboratorium te onderzoeken. Hij raakte zelf besmet en overleed op 15 november 1899 op 36-jarige leeftijd.
1931-1949 (de Azoren): Tussen 1930 en 1949 bleef de pest op de Azoren endemisch aanwezig, met 732 doden als laatsten op Portugees grondgebied.
Komt de pest ooit nog terug in Portugal en Europa?
De kans op een grootschalige, dodelijke pestepidemie in Europa is tegenwoordig vrijwel nul.
De verantwoordelijke bacterie is uiterst gevoelig voor moderne antibiotica. Bij snelle toediening binnen 24 uur daalt het sterftepercentage van tachtig procent naar minder dan vijf procent. Bovendien voorkomen moderne openbare hygiëne, gesloten rioleringen en gecontroleerde afvalverwerking dat rattenvlooien een epidemische keten onder mensen kunnen starten.
Hoewel de pest uit Europa is verdwenen, blijft de bacterie wereldwijd voorkomen onder wilde knaagdieren in delen van Madagaskar, de Democratische Republiek Congo, Peru, Centraal-Azië en het zuidwesten van de VS. Jaarlijks worden er circa 1.000 tot 2.000 gevallen bij de Wereldgezondheidsorganisatie gemeld. Blijvende waakzaamheid in dierenreservoirs en onderzoek naar resistentie tegen antibiotica blijven nodig. Een herhaling van 1569 behoort definitief tot het verleden.
De pest in de literatuur
Het bekendste literaire werk over de ziekte is La peste uit 1947 van Albert Camus. In de afgesloten Algerijnse stad Oran beschrijft Camus de menselijke reacties op angst en isolatie. Het werk geldt als een allegorie voor het verzet tegen dictatuur en bezetting.
Historische overzichtswerken bieden specifieke inzichten in Portugal. Ole J. Benedictow schreef met The black death 1346-1353 de standaard over Europa. Voor Portugal verstrekt Jaime Nogueira Pinto in Contágios, 2500 anos de pestes (2020) een waardevol overzicht. Daarnaast geeft het in 1994 heruitgegeven Diário da peste de Coimbra (1599) een indringend ooggetuigenverslag van de epidemie in de Portugese universiteitsstad.




Geef een reactie