Er zijn presidentskandidaten die beloven de economie te hervormen, de zorg te verbeteren of de belastingen te verlagen. En dan is er Manuel João Vieira. Muzikant, kunstenaar, docent, en vooral: meester van de ironische belofte. Zijn campagneslogan – ‘Ik geef pas op als ik gekozen word‘ – klinkt als een grap van een cabaretier, maar hij meent het. Althans, op zijn eigen manier.

Vieira is geen onbekende in de Portugese cultuur. Als oprichter van bands als Ena Pá 2000 en Irmãos Catita heeft hij al decennia bewezen dat absurditeit een kunstvorm kan zijn. Nu trekt hij die lijn door naar de politiek. Hij heeft de benodigde handtekeningen verzameld om zich officieel kandidaat te stellen voor de presidentsverkiezingen van januari 2026. En zijn programma? Dat leest als een mengeling van satire, poëzie en een carnavalslied.
Wijn uit de kraan en Ferrari’s voor iedereen

Zijn beloftes zijn om te lachen. Elk Portugees huis krijgt wijn uit de leiding. Elke burger een Ferrari. Aan de meisjes belooft hij een Russische kunstschaatser of een Cubaanse danser. Het klinkt als een absurdistisch toneelstuk, maar Vieira presenteert het met de ernst van een politicus die de begroting toelicht. “Als dat geen liefde is, wat dan wel?” vraagt hij retorisch.
Het is ironie in de zuiverste vorm: een overdrijving die tegelijk een maatschappelijk punt maakt. Want achter de grap schuilt een boodschap: Portugal heeft meer warmte, meer liefde nodig. Vieira zegt het zelf: ‘Wat ik beloof, is liefde.’
Absurditeit als spiegel
‘Absurditeit is onderdeel van politieke campagnes,’ zegt Vieira. En hij heeft een punt, vind ik. Kijk naar Donald Trump, die met hyperbolen en provocaties de wereldpolitiek veranderde. Vieira wil ‘absurder zijn dan Trump’. Dat lijkt me een onrealistische ambitie, maar wel eentje die past bij zijn artistieke achtergrond.
Zijn ironie is een spiegel voor de politiek. Terwijl andere kandidaten praten over begrotingsdiscipline en klimaatdoelen, wijst Vieira op het gebrek aan echte oplossingen. Hij noemt de opwarming van de aarde ‘een strop om ieders nek’ en klaagt dat niemand effectieve maatregelen neemt. Zijn belofte van wijn en Ferrari’s is dus niet alleen een grap, maar ook een manier om te laten zien hoe leeg veel politieke beloften zijn. Vieira omschrijft zichzelf als ‘extreem centristisch’. Het klinkt als een paradox, maar dat is precies de bedoeling. Hij speelt met politieke labels zoals hij speelt met muziekgenres. Het is ironie die de absurditeit van politieke hokjes blootlegt.
Nederlandse politici doen dat soms ook. Denk aan Geert Wilders die zichzelf ‘de stem van het volk’ noemt, terwijl hij een partij zonder leden leidt. Of Jesse Klaver die met een knipoog zei dat hij ‘de Nederlandse Obama’ wilde zijn. Het zijn ironische zelfbeelden die tegelijk een boodschap uitdragen. Vieira gaat nog een stap verder: hij maakt van ironie zijn hele identiteit.
Wat Vieira belooft, is uiteindelijk niet wijn of Ferrari’s, maar een andere manier van kijken naar politiek. Hij wil een president zijn die liefde brengt, die de absurditeit van de macht blootlegt en die de mensen laat lachen. In een tijd van serieuze crises – klimaat, fascisme, ongelijkheid – kiest hij voor humor als wapen. Het is een strategie die verrassend effectief kan zijn. Want ironie maakt politiek toegankelijk. Het relativeert de ernst, maar legt tegelijk de kern bloot. Net zoals Nederlandse politici soms met een grap meer willen zeggen dan met een beleidsnota, zo laat Vieira zien dat absurditeit een vorm van kritiek kan zijn.
De Portugese presidentsverkiezingen vinden plaats op 18 januari 2026. Of Vieira ooit president wordt, ik betwijfel het ten zeerste. Maar hij laat je wel even nadenken.
Bron: Sic Notícias van 14 november 2025




Gehoord op het Telejournal van RTP1 (20u) op 31 december: Vieira wenst: ‘Een prostituee, een psychiater en een professionele moeder voor elke Portugees.’ Dat klinkt weer als nog een absurdistische one-liner, maar het citaat heeft een historische lading.
Dit citaat komt uit Conhecimento do Inferno (1980), de derde roman van António Lobo Antunes.
Het volledige citaat luidt: “Portugal precisa de uma prostituta, um psiquiatra e uma mãe profissional para cada português” (“Portugal heeft een prostituee, een psychiater en een professionele moeder nodig voor elke Portugees”).
Dit werk is sterk autobiografisch gekleurd en verwerkt Lobo Antunes’ traumatische ervaringen als militair arts tijdens de koloniale oorlog in Angola (1971-1973). De roman schetst een verwoestend portret van het post-koloniale Portugal en de psychologische gevolgen van de oorlog. Het citaat weerspiegelt de bittere, cynische toon waarmee Lobo Antunes de Portugese samenleving van die tijd beschrijft – een land dat getraumatiseerd is door dictatuur, oorlog en dekolonisatie.