
Beeld Henk Eggens en Gemini AI
“Ik beloofde het: als mijn zoon behouden en wel terugkeert, ga ik te voet naar Onze-Lieve-Vrouw van Smarten.”
Het klinkt als een eenvoudige zin. Maar achter zo’n belofte kan een wereld van angst schuilgaan. In Portugal zijn promessas — geloften aan God, Maria of een heilige — al eeuwenlang onderdeel van het religieuze leven. Vooral wanneer mensen zelf weinig meer kunnen doen, biedt een gelofte een manier om toch iets in handen te hebben. Een moeder die haar zoon naar de oorlog ziet vertrekken, een visser die tijdens een storm op zee zit, een zieke die vreest voor zijn leven: allemaal konden zij een gelofte afleggen. Liep het goed af, dan moest de belofte worden ingelost. Dat kon betekenen: blootsvoets naar een heiligdom lopen, een kaars offeren, geld schenken, een bedevaart maken of een andere religieuze handeling verrichten. Soms bleef de gelofte heel persoonlijk en speelde ze zich binnenshuis af. Soms werd ze juist zichtbaar tijdens een processie.
Waarom beloven mensen iets plechtig?
Een promessa ontstaat meestal uit twee gevoelens: angst en hoop. De gelovige vraagt om hulp in een situatie waarin hij of zij zelf weinig meer kan doen. Tegelijk wordt iets terugbeloofd. Het is geen contract in moderne zin. Niet simpelweg: “Als God dit doet, geef ik Hem dat.” Een gelofte is eerder een religieuze manier om vertrouwen uit te spreken en zichzelf aan een concrete daad te binden. En dus houdt de promessa niet op zodra de crisis voorbij is. Wie heeft beloofd naar Fátima te lopen, moet die tocht later ook maken. Wie een kaars heeft beloofd, moet die gaan branden. Wie een heiligdom wil bezoeken, moet de reis ondernemen.
Die lichamelijke inspanning hoort er vaak bij. Te voet gaan, soms tientallen kilometers lang, soms zelfs op de knieën, maakt van de gelofte ook een offer. Het kost tijd, moeite en soms pijn. De pelgrim draagt als het ware een stukje van zijn dankbaarheid mee. In Portugal zijn dergelijke geloften sterk verbonden met de Mariaverering. Fátima is daarvan het bekendste voorbeeld.
Een promessa raakt meestal niet alleen degene die haar doet. Familie en vrienden leven mee, bidden soms mee en helpen geregeld om de belofte uit te voeren. Als de gunst wordt verkregen, is het inlossen van de promessa vaak een moment van gedeelde opluchting en dankbaarheid. Het verhaal wordt doorverteld. Zo worden persoonlijke zorgen, hoop en geluk onderdeel van een groter verhaal: dat van de familie, de buurt of de gemeenschap.
Van gelofte naar bedevaart
Een gelofte hoeft niet altijd een bedevaart te zijn. Toch komen beide tradities vaak bij elkaar. Portugal kent talloze santuários, kapellen en kerken waar mensen naartoe trekken om een promessa in te lossen. Fátima is natuurlijk de bekendste bestemming, maar er zijn er veel meer.
Een romaria is een religieuze bedevaart of processie naar een heilige plaats, vaak ter ere van een bepaalde heilige of Nossa Senhora. Voor veel deelnemers is de romaria verbonden met een promessa: men gaat bijvoorbeeld te voet, brengt een offer of neemt een voorwerp mee om een gedane gelofte te vervullen. De reis is daarbij niet alleen een religieuze aangelegenheid. Een romaria is tegelijkertijd ook een volksfeest, met processies, muziek, markten, eten en ontmoetingen. Het religieuze en het dagelijkse leven lopen in Portugal gemakkelijk door elkaar.

Foto João Costa
Dat is misschien nergens duidelijker dan bij de Romaria de Nossa Senhora d’Agonia in Viana do Castelo. De verering van de Senhora da Agonia gaat terug tot de achttiende eeuw en was sterk verbonden met de vissersbevolking. Zij vroegen Maria om bescherming wanneer mannen op zee in een storm terechtkwamen en bedankten haar wanneer de vissers veilig terugkeerden.
De romaria groeide uit tot een van de bekendste religieuze feesten van Portugal. Er zijn processies door de stad, een processie op de rivier en straten die met bloemen worden versierd. Achter die feestelijke buitenkant schuilt een heel oude werkelijkheid: mensen kwamen er met hun zorgen, hun angst en hun geloften. In historische bronnen over de Senhora d’Agonia worden ook promessas, offers en ex-voto’s genoemd. Een ex-voto is een voorwerp of afbeelding dat iemand als dank voor een ontvangen gunst aan God, Maria of een heilige schenkt.
De geloften van moeders en geliefden van soldaten
Er is een hoofdstuk in de geschiedenis van Portugese geloften dat minder zichtbaar is: de geloften van vrouwen tijdens de koloniale oorlog. Van 1961 tot 1974 voerde Portugal oorlogen in Angola, Guinee-Bissau en Mozambique. Tienduizenden jonge Portugese mannen werden voor hun militaire dienst naar Afrika gestuurd. Voor de soldaten was de oorlog ver weg. Voor hun families was hij dat niet.
De oorlog begon thuis op het moment dat een zoon, verloofde of echtgenoot op de boot naar Afrika stapte. Moeders wachtten op brieven. Vrouwen leefden maanden of jaren in de onzekerheid of hun man veilig was. Verloofden wisten niet of hun toekomst samen nog zou bestaan. En wanneer een brief uitbleef, kon de angst snel groter worden.
Onderzoek naar Portugese vrouwen tijdens de koloniale oorlog laat zien hoe sterk juist vrouwen — moeders, zussen, echtgenotes en vriendinnen — door de oorlog werden geraakt. Zij stonden bij vertrek en aankomst, wachtten op nieuws en zochten ook steun in gebed en bedevaarten. In onderzoek wordt expliciet gesproken over hun gebeden en geloften tijdens bedevaarten naar Fátima. De oorlog werd ook in de huizen van Portugal gevoeld. In de keuken waar een moeder de tafel voor één persoon minder dekte. In de slaapkamer van een jonge vrouw die alleen achterbleef. In de brievenbus. In de kerk.

En soms in een gelofte.
Een bedevaart naar Fátima, naar de Senhora d’Agonia of naar een plaatselijk heiligdom kon voor een moeder, echtgenote of geliefde een heel concrete betekenis hebben. Het was een manier om iets te doen in een situatie waarin bijna niets kon worden gedaan. En wanneer de soldaat uiteindelijk thuiskwam, wachtte er nog één ding: de gelofte moest worden ingelost. Dan begon de tocht. Te voet, soms blootsvoets, naar de kerk of het heiligdom. Niet alleen om God te danken, maar ook om een periode van angst af te sluiten en letterlijk een stap te zetten terug naar het gewone leven.
Ook soldaten zelf legden dergelijke geloften af.
“Als ik levend en gezond uit de oorlog terugkom, ga ik …”
Een aangrijpend voorbeeld is het verhaal van Joaquim Soares, die tijdens zijn dienst in de koloniale oorlog besloot: als hij levend uit de oorlog kwam, zou hij naar Fátima gaan. Zijn hele verhaal staat op de website Fundação Francisco Manuel dos Santos.
In 1968 werd de achttienjarige Joaquim Soares naar Guinee-Bissau gestuurd. Tijdens een patrouille bij Gandembel liep zijn eenheid in een zware hinderlaag. In het midden van het geweld dacht Joaquim aan God en de Maagd Maria. Hij, die thuis nauwelijks met religie bezig was geweest, beloofde zichzelf: als hij levend uit Guinee kwam, zou hij naar Fátima gaan. Tijdens de oorlog leerde hij van andere soldaten om met een rozenkrans te bidden. Bij iedere nieuwe beschieting en wanneer hij verminkte soldaten zag, dacht hij aan zijn gelofte.
Joaquim overleefde de oorlog en keerde in december 1970 naar Portugal terug. Een half jaar later, in mei 1971, loste hij zijn gelofte in. Samen met zijn broer en zus vertrok hij te voet naar Fátima. Ze hadden niets gepland: ze sliepen in hooischuren en portieken en aten waar dat toevallig kon. Joaquim liep in zijn oude camouflage-uniform en legerlaarzen, soms wel vijftig kilometer per dag. Op 10 mei kwam hij Fátima binnen: moe, vuil, maar gelukkig. Voor hem was het een overwinningsdag. Hij was terug uit de oorlog en had zijn gelofte ingelost.
Ex-voto’s – een concreet teken van dankbaarheid
Een ex-voto is, letterlijk, een voorwerp “naar aanleiding van een gelofte”. Het wordt aan een kerk, kapel of heiligdom geschonken uit dankbaarheid voor een verkregen gunst, genezing of bescherming, of als uitdrukking van een gelofte. De traditie bestaat al eeuwen en komt in veel katholieke landen voor.

Ex-voto’s kunnen allerlei vormen aannemen: schilderijen van een ongeval of ziekte, foto’s, sieraden, kleding, kleine beelden en geschreven dankbetuigingen. In Portugal zijn ex-voto’s onder meer te zien in het Museu Nacional de Etnologia in Lissabon, het Museu do Santuário de Fátima en het Santuário do Senhor Jesus da Piedade in Elvas, waar een verzameling van circa 7.000 ex-voto’s uit de 18e tot 20e eeuw wordt bewaard.
Een been van was voor de heilige
Bijzondere voorbeelden zijn anatomische ex-voto’s: voorstellingen van een lichaamsdeel waarvoor iemand om genezing heeft gevraagd of waarvoor men dankbaar is.

Foto Marcus Dores
Wie in nood om genezing heeft gebeden en daarna beter wordt, kan zijn dankbaarheid zichtbaar maken met een afbeelding van het zieke lichaamsdeel.
Een been bijvoorbeeld.
Van was, hout of soms gips. Het wordt naar een kerk of heiligdom gebracht en daar achtergelaten. De gedachte is eenvoudig: “Als mijn been geneest, beloof ik dat ik een afbeelding van mijn been naar de heilige zal brengen.” Dat klinkt ons misschien vreemd in de oren. Maar in de Portugese volksreligiositeit is het eeuwenlang een gewone manier geweest om een ontvangen gunst zichtbaar te maken. Wie een heilige om genezing van een bepaald lichaamsdeel had gevraagd, kon dus na de genezing juist dat lichaamsdeel in miniatuur aanbieden.
In Portugal zijn meerdere plaatsen waar deze wassen lichaamsdelen te zien zijn. In de kerk van Senhor Jesus da Piedade, aan de rand van Elvas, bijvoorbeeld, is een indrukwekkende collectie bewaard. Armen en benen, maar ook ogen, borsten en allerlei inwendige organen hangen er aan de muren. Het zijn geen medische modellen. Elk voorwerp vertegenwoordigt een persoonlijk verhaal. Een been kan staan voor iemand die na een ongeluk weer kon lopen. Een hand voor iemand die vreesde die te verliezen. Een hart kan verwijzen naar een hartziekte. Een borst naar een genezing na borstkanker. Achter ieder eenvoudig wassen beeldje kan iemand schuilgaan die zich zorgen heeft gemaakt over zijn gezondheid en daarna iets wilde doen om zijn dankbaarheid te tonen. Daarmee krijgt zo’n verzameling een heel andere betekenis. Het is eigenlijk een verzameling kleine levensverhalen.
De traditie is bovendien veel ouder dan Fátima. Ex-voto’s gemaakt van was komen al eeuwen in Europa voor. Dit materiaal is daarvoor bijzonder geschikt: het is gemakkelijk te vormen en relatief goedkoop. In Portugal bleef deze praktijk lang bestaan naast andere vormen van geloften, zoals kaarsen, geld, schilderingen, sieraden of een bedevaart te voet.
Het voorwerp is een teken van dankbaarheid voor een ontvangen gunst. Het wassen been is het zichtbare teken van een persoonlijke ervaring: iemand heeft om hulp gevraagd, heeft die hulp als genade ervaren en wil daar publiekelijk voor danken.
Een wassen been gaat daarom niet alleen over een been. Het gaat over een ongeluk, een ziekte, een operatie, een moeder die bang was, een echtgenoot die wachtte, een patiënt die niet wist hoe het zou aflopen. Het voorwerp is klein, maar het verhaal erachter is groot.
En misschien is dat wel de reden waarom deze oude traditie zo lang heeft standgehouden.




Geef een reactie