In 1980 waren we erg verliefd. We zoenden en luisterden naar de LP Chico Buarque & Maria Bethânia ao vivo op een cassettebandje in de auto.
Waarom we in de auto zoenden, dat is een ander verhaal.
Een van de liedjes op de LP heet Tanto mar (creatief vertaald: de oneindige zee).
Chico Buarque schreef Tanto Mar in 1975 in Brazilië. Het land leed toen zelf onder een militaire dictatuur (1964–1985). Hij keek dus met hoop en jaloezie naar Portugal, waar de Anjerrevolutie van 25 april 1974 dat land bevrijd had van de Estado Novo-dictatuur.
De eerste versie van het lied is enthousiast en solidair:
Sei que estás em festa, pá
Fico contente
E enquanto estou ausente
Guarda um cravo para mim
Ik weet dat je feestviert
Dat maakt me blij
En nu ik er niet bij kan zijn
Bewaar een anjer voor mij
“Ik weet dat je feestviert… bewaar een anjer voor mij.”
Chico Buarque wil meedoen aan het Portugese bevrijdingsfeest, maar de oneindige zee (de Atlantische Oceaan) scheidt hem ervan. Het lied symboliseert de politieke afstand: Portugal is vrij, Brazilië niet.

Deze versie werd in Brazilië door de censuur verboden. Een aangepaste bewerking, met alleen een instrumentale versie, werd daar wel uitgebracht. De opname mét tekst kon wél in Portugal worden uitgebracht.
Dat is de versie die we in de auto hoorden, keer op keer.

In 1978 schreef hij een tweede versie. De toon is anders, realistischer:
Foi bonita a festa, pá
Fiquei contente
E inda guardo, renitente
Um velho cravo para mim
Já murcharam tua festa, pá
Mas certamente
Esqueceram uma semente
Nalgum canto do jardim
Mooi was het feest
Ik was blij
En nog altijd bewaar ik
Een oude anjer voor mij
Je feest is inmiddels verwelkt
Maar ongetwijfeld
Is er een zaadje achtergebleven
In een hoek van de tuin
En het lied (de tweede versie) eindigt dan zo:
Canta a primavera, pá
Cá estou carente
Manda novamente
Algum cheirinho de alecrim
Bezing de lente!
Hier blijf ik achter, verlangend
Stuur me opnieuw
Een vleugje rozemarijn
Deze tweede versie was subtieler en melancholischer van toon. Minder revolutionaire euforie, meer reflectie. Na de revolutie volgden in Portugal politieke spanningen, economische problemen en machtsspelletjes. Het revolutionaire enthousiasme was wat getemperd. Tegen 1978 zat Brazilië bovendien in de fase van de zogeheten abertura — een voorzichtige politieke ontspanning onder president Geisel. De censuur bestond nog, maar was iets minder hard dan midden jaren zeventig. Daardoor kon de tweede versie van Tanto mar wél officieel in Brazilië verschijnen.
‘Mooi was het feest… je feest is al verwelkt.’ Toch eindigt Chico Buarque hoopvol: er is ‘een zaadje vergeten in een hoek van de tuin’. De revolutie leeft voort.

Foto Ricardo Stuckert/PR
Chico Buarque
Chico Buarque, voluit Francisco Buarque de Hollanda (met twee l’s), geboren in 1944, groeide uit tot een belangrijke stem tegen de Braziliaanse militaire dictatuur (1964–1985). Hij voerde geen gewapend verzet, maar gebruikte zijn liedjes als wapen. In zijn nummers verschool hij kritiek achter metaforen en dubbelzinnigheden; sommige nummers werden verboden. Een bekend voorbeeld is Cálice (samen met Gilberto Gil, 1973). Het woord cálice betekent kelk, maar klinkt als cale-se – zwijg.
Pai, afasta de mim esse cálice
De vinho tinto de sangue
God, houd deze kelk ver van mij
gevuld met wijn, rood als bloed
Hij stond voortdurend onder toezicht, werd verhoord door de geheime politie en zag optredens afgelast. Creatief dwong hem dat tot een verfijning: zijn teksten werden gelaagd, poëtisch en vol verborgen betekenissen. Het lied Tanto Mar past precies in dat patroon. Openlijk kon hij de Braziliaanse dictatuur niet aanvallen, maar via Portugal en de Anjerrevolutie kon hij hoop en verlangen naar vrijheid uitdrukken.
‘Fado Tropical’, een subtiel protestlied met een Nederlands tintje
Chico Buarque zong nog meer verstopte kritiek: Fado Tropical werd gecomponeerd door Buarque en Ruy Guerra in 1973 voor het toneelstuk Calabar. Het toneelstuk gaat over Domingos Fernandes Calabar (ca. 1600–1635), een Braziliaanse figuur die aanvankelijk aan Portugese zijde vocht, maar later overstapte naar de Nederlanders tijdens de bezetting door de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden van Noordoost-Brazilië. Voor de Portugezen een verrader, voor de Nederlanders een waardevolle bondgenoot.
Het lied lijkt op het eerste gehoor een plechtige ode aan Portugal en de historische band met Brazilië. Achter de lovende toon schuilt echter een kritische onderlaag: het lied speelt met dubbelzinnigheid en stelt impliciet vragen over eerbetoon en koloniale erfenissen. De regel ‘esta terra ainda vai cumprir seu ideal / ainda vai tornar-se um imenso Portugal’ (dit land zal zijn ideaal nog vervullen, het zal nog eens een immens Portugal worden) klinkt utopisch, maar in de context van de Braziliaanse militaire dictatuur van de jaren ’70 krijgt ze een ironische lading. Het ‘immense Portugal’ wordt een metafoor voor kolonialisme en autoritaire retoriek, waarmee het Braziliaanse publiek parallellen kon trekken tussen verleden en heden — subtiel genoeg om censuur te omzeilen.
Zo verbindt Chico Buarque de Hollanda, die vast een voorouder uit Nederland heeft gezien zijn tweede familienaam, in deze canções, voor mij althans, Brazilië, Portugal en Nederland met elkaar.




Super leuk artikel, sluit mooi aan op de huidige Tv serie ( drie afleveringen) over het slavernij verleden waarbij ook de Ned. kolonie in Brazilie ter sprake komt.