Wie een tijdje in Portugal woont, hoort het woord vroeg of laat vallen: tuga. Op het strand, in de kroeg, tijdens een voetbalwedstrijd. Portugezen gebruiken het zonder veel omhaal voor zichzelf, alsof het altijd al een gewone, vriendelijke bijnaam is geweest.
Ik hoorde dit woord veertig jaar geleden in Guinee-Bissau en ik dacht daar toen heel anders over. Daar had tuga een lelijke, beledigende klank. Het verwees vaak heel concreet naar de Portugese soldaat en de koloniale machthebber die nog maar kort daarvoor uit het land verdwenen waren.
Hoe kon een woord dat ooit de vijand aanduidde, uitgroeien tot een bijnaam waarmee Portugezen zichzelf aanduiden?
Toen: een scheldwoord uit de bush
Het woord duikt op in de jaren zestig, tijdens de Koloniale Oorlog (1961-1974). Portugal vocht toen op drie fronten tegelijk. In Angola, Mozambique en Guinee-Bissau probeerden bevrijdingsbewegingen zich gewapend los te maken van Portugal. Met succes overigens.
In zo’n oorlog krijgt ook taal een plaats aan het front. Beide partijen hadden een naam nodig voor de tegenstander.

Portugese soldaten en kolonisten noemden hun tegenstanders turras. Dit woord is afgeleid van às turras (in onenigheid, in conflict), maar is ook een verbastering van terroristas. De guerrillastrijders van bewegingen als de PAIGC in Guinee-Bissau, de MPLA in Angola en Frelimo in Mozambique hadden op hun beurt een woord voor de Portugezen: tuga, vermoedelijk afgeleid van português. Twee woorden ontstaan, in dezelfde oorlog. Amílcar Cabral, leider van de PAIGC en een van de belangrijkste denkers van het Afrikaanse antikolonialisme, gebruikte de term voor de kolonisator. Het woord gaf daardoor een tegenstelling aan tussen de Afrikaanse bevolking en de Portugese koloniale macht.
Nu: van vijandbeeld tot bijnaam
In Portugal zelf is die oude lading grotendeels verdwenen. Tuga is een informeel en alledaags woord voor Portugees geworden. Sterker nog: Portugezen gebruiken het vaak voor zichzelf.

Het duidelijkste teken van die verandering is misschien wel bij het voetbal. Tijdens het WK van 2002 werd het Portugese nationale elftal in de pers en onder supporters geregeld Os Tugas genoemd. Een woord dat enkele tientallen jaren eerder nog verwees naar de koloniale vijand, werd zo een bijnaam voor de ploeg waar een groot deel van het land trots achter stond. Een geuzennaam.

Taalkundig is dat een bekend verschijnsel: een groep neemt een woord dat ooit tegen haar werd gebruikt zelf over en geeft het een andere, minder scherpe betekenis. De oorspronkelijke belediging verdwijnt daarmee niet noodzakelijk helemaal, maar het woord krijgt er een nieuwe betekenis bij.
Niet iedereen kijkt daar overigens hetzelfde tegenaan. Ciberdúvidas, een Portugees taaladviesbureau, wees er bij de voetbalhype op dat tuga van oorsprong wel degelijk een pejoratieve term is. Voor mensen die de koloniale oorlog bewust hebben meegemaakt, kan het gebruik van tuga daarom anders aanvoelen dan voor jongere Portugezen.
In hedendaags Portugal is tuga dus vooral informeel. Toch kan er nog steeds een licht ironische of spottende ondertoon in zitten. Infopédia geeft naast de neutrale betekenis ook een populaire, pejoratieve betekenis: de ‘typische’ of traditionele Portugees die wat onbeholpen of zelfs lachwekkend wordt voorgesteld. Het verschil zit vaak in de context en vooral in de toon.
Sou tuga kan gewoon betekenen: ‘Ik ben Portugees’.
Maar o típico tuga kan betekenen: ‘Daar heb je weer zo’n typische Portugees’.
Een variatie is het woord Tugolândia. Ik hoorde een Mozambikaanse collega ooit aan me vragen hoe het was in Tugolândia. De betekenis is meestal luchtig of ironisch. Een Portugees kan Tugolândia gebruiken om Portugal voor te stellen als een typisch Portugees wereldje, met eigen gewoonten, bureaucratie, eigenaardigheden en soms absurde situaties. De toon kan zowel liefdevol als spottend zijn. “Só na Tugolândia acontecem estas coisas.” (Alleen in Tugolândia gebeuren zulke dingen.)
Als een buitenlander, zoals wij, zegt vocês, tugas…kan het woord daarentegen gemakkelijk een neerbuigende klank krijgen. Dat is een belangrijk verschil. Dezelfde woorden kunnen vriendelijk klinken wanneer mensen ze voor zichzelf gebruiken en onaangenaam wanneer ze door een buitenstaander worden gebruikt.
En in de ex-overzeese gebiedsdelen?
Buiten Portugal ligt het ingewikkelder.
De tegenstelling tussen het vrij onschuldige gebruik in Portugal en de zwaardere betekenis die tuga elders kan hebben, is niet toevallig. In delen van de voormalige Portugese koloniën bleef het woord veel sterker verbonden met de herinnering aan het koloniale verleden. Tot op de dag van vandaag. Onderzoek naar de beeldvorming van Portugezen in Mozambique beschrijft het woord tuga als een enigszins denigrerende benaming voor Portugezen, vooral in stedelijke contexten. Matuga is daarbij de meervoudsvorm.
Ook in Guinee-Bissau is de historische lading duidelijk, zoals ik boven beschreef. Dat betekent niet dat iedere Guineeër die vandaag tuga zegt, daarmee een Portugees wil beledigen. Ook hier bepaalt de situatie veel. Maar het koloniale verleden maakt het woord gevoeliger dan het in Portugal meestal is.
Een bijzonder schrijnend voorbeeld is de uitdrukking filhos de tuga — kinderen van een tuga. Daarmee werden in Guinee-Bissau en andere voormalige kolonies kinderen aangeduid die tijdens de koloniale periode een Portugese vader en een Afrikaanse moeder hadden. In sommige gevallen werden deze mensen zelfs restos de tuga genoemd: resten van een tuga. Daar is de oude negatieve lading moeilijk te missen. De Portugese omroep RTP heeft hier nog een documentairereeks aan gewijd. In Portugal Portal besteedde ik aandacht aan deze documentaire (hier de link).
Tuga is in de vroegere overzeese provincies daarom niet altijd gewoon een ander woord voor Portugees. Het kan ook herinneringen oproepen aan macht, oorlog, afkomst en kolonialisme.
Bekend gevoel?
Kaaskoppen, mof
Wie in Nederland is opgegroeid, hoeft niet ver te zoeken naar voorbeelden van bijnamen die in de loop van de tijd van betekenis zijn veranderd.

Kaaskop is zo’n woord. Volgens de overlevering noemden Franse soldaten Hollanders vanaf de negentiende eeuw kaaskoppen, omdat kaasboeren zich met kaasvaten als helm zouden hebben beschermd tegen plundering. Het is in België gebruikt sinds de Belgische Opstand (1830-1831) als spottende benaming voor Nederlanders. Maar Nederlanders zelf hebben het woord allang gedeeltelijk onschadelijk gemaakt. Kaaskop kan tegenwoordig ook gewoon zelfspot zijn. Het woord staat zonder veel problemen op toeristische T-shirts in Amsterdam.
Mof is een veelgebruikte bijnaam voor Duitsers sinds de Tweede Wereldoorlog. Toch is het woord al eeuwen oud. De website Historiek legt verschillende mogelijke verklaringen voor de oorsprong uit. Geen verklaring is lovend over Duitsers. Het woord mof heeft nooit een onschuldige status gekregen. Zeker bij oudere Nederlanders blijft het woord verbonden met WO II. Het is geen benaming die Duitsers zelf vrolijk hebben overgenomen.
En de Belgen?
Voor Belgen bestaat in Nederland geen bijnaam die precies dezelfde positie heeft als kaaskop voor Nederlanders. ‘Belg’ zelf is neutraal en zuiderbuur klinkt meestal vriendelijk of speels.
Er zijn wel de bekende stereotypen: friet, bier, het Bourgondische leven en natuurlijk de Belgenmop. Nederlandse grappen over de vermeende domheid van Belgen bestaan al tientallen jaren. Helaas.
Sinds ik een jaar in Antwerpen woonde, vertel ik nooit meer Belgenmoppen. Niet leuk. Belgen zelf nemen die meestal met een korrel zout; sommigen draaien de grap graag om en vertellen op hun beurt moppen over Nederlanders. Ook daar zie je iets interessants gebeuren. Een groep kan een stereotype gedeeltelijk onschadelijk maken door ermee te spelen.
Een woord met een geheugen
Het patroon is niet altijd hetzelfde, maar er is wel iets gemeenschappelijks. Een bijnaam ontstaat vaak in een situatie van rivaliteit, conflict of ongelijke machtsverhoudingen. Zolang die oorspronkelijke situatie vers in het geheugen ligt, kan zo’n woord hard aankomen: als een scheldwoord. Na verloop van tijd kan dat veranderen. Een nieuwe generatie kent de oorspronkelijke intentie misschien alleen uit de geschiedenisboeken. Een woord dat ooit beledigend was, kan dan een grapje worden — of zelfs een geuzennaam. Dat is in Portugal met het woord tuga voor een groot deel gebeurd. Misschien is dat wel het interessantste aan het woord tuga. Het is een klein woord waarin een groot stuk Portugese geschiedenis verborgen zit: van koloniale oorlog en onafhankelijkheid tot voetbal, nationale trots en moderne Portugese zelfspot. Een woord is soms meer dan een woord. Het kan een geheugen zijn. En iedereen heeft zijn eigen geheugen.




Geef een reactie