Portugal is 15% goedkoper dan het EU-gemiddelde, zegt Eurostat.
Maar wat betekent dat nu eigenlijk?
Volgens Eurostat liggen de Portugese consumentenprijzen 15% onder het EU-gemiddelde.
Ter vergelijking: Nederland zit er 20% boven, België 18% .
Een aardig gat dus tussen Portugal en de Lage Landen.
Eurostat mat de consumentenprijzen over 2025 en nam ook een aantal niet-EU landen in het onderzoek mee. IJsland en Zwitserland blijken maar liefst bijna twee keer zo duur als Portugal, en Turkije is een stuk goedkoper.
Die landen kennen ook een heel ander salarisniveau natuurlijk!
De Turkse supermarkt kan dan wel goedkoper zijn dan de Portugese, maar er wordt daar ook minder verdiend.
Deze tabel heeft niet tot doel een evaluatie van welvaartsniveau te maken, het gaat echt puur om de prijsvergelijking van een mandje goederen en diensten.

Maar wat zit daar nu in, in die ‘consumentenprijzen’?
Leveringen tussen bedrijven niet, dat is wel duidelijk.
Maar verder alles?
Nee dus…
Het gaat om dagelijkse uitgaven door consumenten.
Dat wil niet zeggen dat je ze zelf iedere dag moet kopen, maar wel dat dagelijks die goederen of diensten gekocht worden.
Van een treinkaartje tot een brood in de supermarkt tot een pakketvakantie tot de kapper. Dat is dus aardig compleet maar er zijn een aantal belangrijke kosten die niet meegeteld worden. En die best belangrijk kunnen zijn.
Zeker als je Portugal in ogenschouw neemt:
Koophuizen
Merkwaardig genoeg worden huurprijzen wel meegenomen in de vergelijking maar de prijs van koophuizen niet. En qua huizenprijzen zou Portugal wel eens tegen kunnen vallen. Natuurlijk altijd afhankelijk van de regio, eerder al schreven we immers dat er in Portugal tienduizenden huizen onder de €150.000 te koop staan.
Maar waar je graag wilt wonen, daar is het waarschijnlijk duurder.
Het eigenwoningbezit in Portugal is groot, slechts een kwart van de Portugese residenten woont in een huurwoning. En woonkosten is de grootste categorie in de EU-consumptie. Dus het niet meenemen van koophuizen in de Eurostat-cijfers zet die cijfers op drijfzand. Of Portugal ermee hoger of lager zou uitkomen valt niet te zeggen…

Hypotheek
En dat geldt evenzo voor de kosten van de hypothecaire lening, die worden ook niet in aanmerking genomen. De Portugese financieringsmarkt is minder concurrerend dan die van grotere landen, de fiscale facilitering is beperkt, en daardoor betaal je in Portugal meestal meer voor een lening. Iedereen weet hoe fors deze hap uit het huishoudbudget is.
Gezondheidszorg
In de Eurostatcijfers zitten niet de kosten van het Portugese Serviço Nacional de Saúde (staatsgezondheidssysteem SNS). Die worden betaald vanuit het staatsbudget, de belastingen dus. De consument heeft geen keuze en het gebruik ervan is gratis, en dus telt Eurostat het niet als consumptie.
Privéziektekostenverzekeringen tellen wel mee, maar die hebben veel mensen niet. Als je het in Portugal af kunt met de SNS, dan betaal je geen premie en heb je geen eigen risico. De categorie gezondheidszorg alleen al slaat dus een flink statistisch gat ten voordele van de Portugese consument.
Wegenbelasting en tolwegen
Wegenbelasting (jaarlijkse autobelasting, IUC) telt niet mee in het Eurostatcijfer, maar de tol op snelwegen wel. De uitleg van Eurostat is dat je als autobezitter de belasting niet kunt vermijden, maar de tol wel. De Portugese consument staat er dus beter voor dan de statistiek doet vermoeden. In ruil voor de lage wegenbelasting (die Eurostat niet meetelt) moet je immers wel tol betalen als je een grotere trip onderneemt, van Lissabon naar Porto en terug is dat maar liefst €49. En die telt Eurostat wel mee. Nederland en België kennen dat soort tol niet dus springen er beter uit in de vergelijking. Voor mijn dikke dieseljeep zou ik in Nederland €1.436 belasting per jaar kwijt zijn, in België €703, en in Portugal €58. Per jaar ja!
Zolang je in Portugal maar niet dagelijks op de tolweg rijdt, spring je er financieel goed uit, maar Eurostatistisch dus niet.
Subsidies
Overheden sturen graag de consumptie. En dat kunnen ze op allerlei manieren doen, bijvoorbeeld door door subsidies en belastingkortingen. Maar niet alle landen doen dat op dezelfde manier en met dezelfde goederen. En dus worden de consumptiecijfers scheefgetrokken. Een mooi voorbeeld is de behandeling van elektrische auto’s. In Portugal kun je een vette aankoopsubsidie van de staat krijgen, die telt niet mee in de consumptiecijfers, maar de aankoop van de auto wel, en voor het volle bedrag. In Nederland betaal je fors wegenbelasting voor die zware elektrische auto, in Portugal betaal je niets. Maar zoals we eerder al zagen, die wegenbelasting telt ook niet mee. Zo zijn er tientallen gevallen in ieder land waarin het consumptiecijfer niet de werkelijke waarde van het goed of de dienst weergeeft.
De gemiddelde EU-consument
Om de prijsvergelijkingen te kunnen maken heeft Eurostat een gemiddelde EU-consument bepaald. Alsof in ieder land hetzelfde wordt gekocht en in dezelfde hoeveelheden. We zetten dus al kanttekeningen bij die 15%, er komen nog vraagtekens bij in de wetenschap dat de gemiddelde EU-consument bijvoorbeeld veel minder vis eet dan de Portugees en meer reist dan de Portugees. En de verwarming vaker aan heeft.
Het kan dus best zijn dat het werkelijke percentage (afwijking van het EU-gemiddelde) hoger dan die 15% ligt.
Of lager.
Het hangt er ook maar net vanaf hoe je persoonlijke situatie is.
Conclusie
Het onderzoek geeft een aardige indicatie van verschillen in prijsniveau. Maar er zijn nogal wat vereenvoudigingen en ook nogal wat onvergelijkbare zaken.
Als je als Nederlander naar Portugal verhuist, dan ben je volgens dit onderzoek (20+15=) 35% goedkoper uit, als je tenminste precies hetzelfde kostenplaatje hebt als de gemiddelde EU-burger. Gevoelsmatig klopt dat overigens best wel, maar bedenk erbij dat die ‘gemiddelde statistische EU-burger’ nog steeds een beetje rookt en in een huurhuis woont…
Eerder publiceerden we een forumonderzoek over de prijs van boodschappen:




Geef een reactie