In 1976 wilde onderwijzer en pedagoog José Pacheco stoppen met lesgeven. Hij vond dat het onderwijsmodel achterhaald was en dat het geen rekening hield met de eigenheid van elke leerling. Het onderwijs zorgde niet voor inclusie, maar voor categorisering. Hij vond de school een ontkenning van het recht op onderwijs.
Samen met twee collega’s bouwde hij de Escola da Ponte , een openbare school, die een brug voor verandering moest zijn. Deze revolutionaire school moest het basisonderwijs in Portugal veranderen. Deze school is ook het voorbeeld voor onderwijsinstellingen in Europa en Brazilië geworden.

De school kwam tot stand na een langdurig, slopende en gekmakende tijd. Al die tegenstand vond Pacheco uiteindelijk geen probleem. Hij was te gedreven om zijn eigen schooltijd, verziekt door pesterijen vanwege armoede en scheelzien, te wreken.
Geen toetsen, geen klassen, geen onvoldoendes
Andere pedagogen en onderwijzers, zoals de Franse Célestin, inspireerden hem om een nieuwe school, zonder muren of hiërarchieën, te ontwerpen in een land dat net bevrijd was van decennialange dictatuur.
Pacheco zegt: ‘Leren is vooral mogelijk als het betekenisvol, inclusief, divers, actief en sociaal is. Het gebeurt als er verbindingen van genegenheid, emotie, esthetiek, ethiek en cognitieve vaardigheden worden gevormd. Leraren onderwijzen niet door wat ze zeggen, maar door over te brengen wie ze zijn en wat ze doen.
‘Iedereen mag talenten, roepingen of gaven ontwikkelen’
Zijn school in São Tomé de Negrelos (Santo Tirso, Porto) inspireert een inclusieve en coöperatieve filosofie. We moeten allemaal leren. We kunnen van elkaar leren en dat doe je op je eigen manier. De school vereist eigen verantwoordelijkheid van de leerling qua ruimte, tijd en leermethodes. De leerling wordt, samen met de onderwijsbegeleiders, effectief betrokken bij de planning van activiteiten, bij het leren en bij het beoordelen van het geleerde.
Er zijn geen traditionele klaslokalen, maar werkruimtes waar boeken, woordenboeken, grammatica’s, internet en video’s beschikbaar zijn. Op deze school vind je geen conventionele leraar voor de klas, maar een mentor die aan het begin van het schooljaar door de leerling wordt gekozen. De docent ondersteunt de leerling bij de voorbereiding en uitvoering van zijn of haar studieplannen en het beoordelen van haar of zijn voortgang. Het docententeam bestaat uit mensen met diverse achtergronden (pedagogen in de vroege kinderopvang, psychologen en leerkrachten uit de eerste, tweede en derde fase van het basisonderwijs).
Op de Escola da Ponte worden jongeren (van kleuterschool tot en met groep 9) verdeeld in drie leergroepen naar gelang hun mate van zelfstandigheid. Het programma omvat 15 kenmerken, zoals creativiteit, analytisch- en synoptisch vermogen, een positieve en samenwerkende relatie met de schoolgemeenschap, kritisch denken en zelfplanning.
Van een kind dat doorstroomt naar de intermediaire groep wordt bijvoorbeeld verwacht dat het zelfstandig zijn of haar dagplanning kan opstellen en bijwerken conform het voorgestelde tijdens de tweewekelijkse planning met de mentor. Evaluatie en zelfevaluatie van wat is geleerd, vindt plaats met behulp van talloze pedagogische instrumenten, zoals debatten, wanneer de leerling zich er klaar voor voelt en de behoefte heeft om de verworven kennis te uiten of toe te passen.
Wanneer een leerling zijn doelen niet kan bereiken, kan hij de groep om hulp vragen en zo een individuele les aanvragen. Deze les staat open voor alle leerlingen die interesse tonen in dergelijke hulp of die graag willen helpen. De school stelt zich als doel om democratisch betrokken burgers op te leiden. Hierbij is de rol van de schoolraad essentieel. Deze raad wordt bestuurd door een groep mensen die aan het begin van het schooljaar door de leerlingen wordt gekozen. Deze schoolraad komt wekelijks bijelkaar.
‘Onderwijs is geen recht, maar handelswaar’
Volgens Pacheco wordt er bij het gebruik van een toets, geen rekening gehouden met de eigenschappen van een leerling en haar of zijn potentieel. Dit leidt ertoe dat sommige leerlingen veroordeeld worden tot analfabetisme, onwetendheid en ongelukkig zijn. Hij stelt dat effectief leren dialoog, integratie en socialisatie bevordert en dat kan alleen door een subjectief leerplan te ontwerpen. Zijn methode is onderwerp geweest van academisch onderzoek en verschillende toonaangevende internationale onderwijsinstellingen, zoals Finland, hebben de school bezocht.
José Pacheco wilde in 1995 Brazilië leren kennen. Daar ontstond ook het educatieve project Âncora, dat opgezet werd om de leefomstandigheden van kansarme kinderen en tieners in Cotia (São Paulo) te verbeteren. De school heeft een circustent met workshops in skaten, karten, tegelkunst en muziek voor kinderen van 12 tot 14 jaar uit de favela’s.
Er wordt ook gebruik gemaakt van nieuwe technologieën, een absolute noodzaak in de huidige wereld. Pacheco betreurt het gebruik van deze systemen die individualisme en isolement bevorderen in plaats van delen en samenwerking aan te moedigen.
Eenenveertig jaar na zijn initiatief is het landelijke onderwijssysteem niet veranderd, zoals Pacheco beoogde. Naast zijn werk reist hij de wereld rond om lezingen te geven en conferenties bij te wonen. Zo nu en dan bezoekt hij Portugal, waar Escola da Ponte nog steeds overeind staat. Er zijn geen soortgelijke scholen in andere regio’s of steden geopend. Volgens hem is dat een puur politieke keuze, er is geen moed voor nodig om stappen te ondernemen om scholen te reorganiseren. Hij kijkt hoopvol naar de toekomst van scholen. ‘Er ontstaan projecten die ruimtes creëren voor reflectief samenleven en ik zie dat leraren met respect worden behandeld, zodat ze menselijke waardigheid kunnen genieten’.
Scholen
In het Portugese onderwijssysteem zijn de belangrijke overgangsmomenten het einde van de kleuterschool (rond 6 jaar), de eerste klas van de basisschool (9-10 jaar), de tweede klas van de basisschool (11-12 jaar), de derde klas van de middelbare school (14-15 jaar) en het voortgezet onderwijs (17-18 jaar).
In Portugal is een diepe, structurele onderwijscrisis gaande, door een tekort aan leraren (door vergrijzing van het onderwijspersoneel) en hoge werkdruk. Door aanhoudende protestacties/ stakingen van vakbonden moeten honderden scholen regelmatig tijdelijk de deuren sluiten.
De uitstroom door pensioen is vele malen groter dan de instroom van jonge afgestudeerden. Het tekort is extreem hoog in Lissabon en de Algarve, omdat jonge leraren de hoge huizenprijzen niet kunnen betalen. Startende docenten verdienen weinig en worden vaak jarenlang op tijdelijke contracten kriskras door het land geplaatst. Door de tekorten moeten zittende docenten overuren draaien en administratieve taken op zich nemen. Het beroep heeft een negatief imago gekregen, waardoor nauwelijks nog studenten kiezen voor de lerarenopleiding.
Duizenden kinderen missen structureel lessen in kernvakken door het ontbreken van vaste docenten. Leerlingen en ouders ervaren veel stress door continue veranderingen en protesten tegen het nationale examensysteem. Om gaten op te vullen, zetten scholen steeds vaker niet-volledig gekwalificeerde krachten in. Door deze onderbezetting vallen kinderen met specifieke leerbehoeften of een migratieachtergrond sneller buiten de boot.
De Vrije School
In vergelijking met Nederland zijn er weinig antroposofische scholen (in Portugal bekend als Waldorf of Steiner scholen). Er is wel meer belangstelling voor dit soort van onderwijs. Volgens de gegevens telt het land momenteel vijf erkende basisscholen en zes geaccrediteerde kleuterscholen. Daarnaast zijn er diverse onofficiële, kleinschalige leergemeenschappen en ouderinitiatieven die op de vrijeschool-pedagogie zijn geïnspireerd. Veel alternatieve leergemeenschappen bedienen alleen de kleuterschool of de eerste klas van de basisschool.
Kies je voor ensino doméstico of ensino individual dan zijn er geen erkende diploma’s waardoor je verder kunt studeren.
Vertrutting
Net als in Nederland is ook in Portugal de trend dat ouders hun kinderen intensiever begeleiden en beschermen dan in vorige generaties het geval was. Kinderen worden voortdurend in de gaten gehouden en er is veel aandacht voor hun gezondheid en veiligheid.
En net als in Nederland vinden ouders smartphones en sociale media zorgelijk. Ze zouden graag zien dat hun kinderen minder tijd doorbrengen op telefoon of tablet.
Door de social media ondervinden veel ouders de druk om alles ‘volgens het boekje’ te doen en dat zie je ook in Portugal gebeuren, al is dat momenteel – buiten de steden om – nog niet zo omnipresent als in Nederland. In de stedelijke middenklasse van Lissabon, Porto en Braga kun je ouders vergelijken met de Noord-Europese ouders. De kinderen staan onder het voortdurende toezicht, er wordt van alles voor hen gepland en kinderen mogen geen enkel risico lopen. Op het platteland en in kleinere plaatsen mogen kinderen vaker alleen naar school of met vrienden lopen en buitenspelen zonder toezicht en krijgen ze ook van jongs af aan allerlei verantwoordelijkheden.
Verschil in opvoeding
In veel Portugese dorpen en kleine steden spelen kinderen nog relatief zelfstandig buiten en zijn ze daardoor vrijer in hun spel en in het spelen. Grootouders, buren en familie houden vaak een oogje in het zeil. Dat sociale vangnet is sterker dan in Nederland. Bovendien ligt er meer nadruk op respect voor volwassenen en gehoorzaam zijn dan in Nederland. Alhoewel Nederlandse grootouders vaak worden ingezet als oppas, zijn ze minder intensief betrokken bij de opvoeding. In Portugal voelen de ouders zich minder alleen verantwoordelijk.
De Portugese cultuur is nog iets collectiever en informeler, waardoor kinderen vaak meer bewegingsvrijheid ervaren dan Nederlandse kinderen, maar ook Portugezen vinden dat de jeugd van nu meer beschermd wordt dan hun generatie dat werd.
Veel ouders, gedreven door de schuldgevoelens over hun eigen fouten en moeilijkheden in hun kindertijd, proberen hun kinderen alles te bieden wat ze niet hadden. Ze willen hun kind perfect opvoeden zodat het later volmaakt wordt. Ze willen hun kind altijd gelukkig zien, maar daardoor bereiden ze hun kinderen niet zo goed voor op het echte leven, waar pech en tegenspoed welig tieren. Gezinnen worden kleiner waardoor er meer aandacht is voor het kind.
Kinderen krijgen geen gelegenheid om zich te vervelen en daardoor hoeven ze ook niets te bedenken om hun verveling tegen te gaan. Kinderen van overbezorgde ouders kunnen zich minder goed ontwikkelen en zijn minder creatief. Kinderen mogen niet vallen, vies worden of ontdekken. Al hun vrije tijd wordt volgepland, activiteiten en vriendschappen worden voor hen gekozen. Dit gebrek aan autonomie resulteert in minder veerkracht.




Geef een reactie