Op 27 mei 1977 kwam in Havana een einde aan het leven van José Carlos Schwarz. Hij was pas 27 jaar oud. Het vliegtuig waarmee hij vanuit Guinee-Bissau naar Cuba was gereisd, verongelukte tijdens de landing. Voor veel mensen in Guinee-Bissau was Schwarz toen al veel meer dan een muzikant. Hij was dichter, zanger, activist en vooral iemand die liet horen dat de strijd om onafhankelijkheid niet alleen met geweren werd gevoerd.

Bron: Weblog Luís Graça
In mijn jeugd werkte ik (Henk Eggens) twee jaar in Angola en vier jaar in Guinee-Bissau. Beide landen waren pas onafhankelijk geworden na een bloedige strijd tegen het Portugese koloniale regime. Ik leerde Portugal in eerste instantie kennen in zijn voormalige overzeese provincies. Waarschijnlijk is dat de reden dat ik veel over deze landen schrijf. Ook in dit artikel, over de bekendste singer-songwriter van Guinee-Bissau, speelt Portugal een prominente rol. Schwarz putte veel van zijn inspiratie uit zijn ervaringen met het koloniale bewind.

Schwarz zong over het dagelijks leven, over armoede en oorlog, over gevangenschap en over de mensen die hun familieleden verloren. Hij deed dat in het Kriol, de taal die in grote delen van wat toen Portugees-Guinea heette werd gesproken. Daarmee bereikte hij mensen die zich niet herkenden in het Portugees van de koloniale overheid. Zijn muziek werd zo onderdeel van een veel grotere strijd: de strijd om een eigen land, maar ook om een eigen stem.
Een jeugd tussen verschillende werelden
José Carlos Hans Schwarz (Zé Carlos in de wandelgangen) werd op 6 december 1949 geboren in Bissau. Het land heette toen nog Portugees-Guinea. Zijn familie had verschillende achtergronden, onder meer uit Kaapverdië, Guinee-Bissau en Duitsland. Hij groeide daardoor op in een omgeving waarin verschillende talen en culturen door elkaar liepen.

Schwarz kreeg bovendien een opleiding die voor veel inwoners van het overzeese gebiedsdeel nauwelijks bereikbaar was. Hij ging naar school in Senegal en Kaapverdië en verbleef enige tijd in Lissabon. Daar kwam hij in aanraking met de muziek die in die jaren populair was: Amerikaanse muziek, Braziliaanse muziek, bijvoorbeeld.
Hij leerde gitaar spelen en trad op met verschillende groepen. Maar Lissabon maakte hem ook politiek bewuster. Portugal was in die tijd nog een dictatuur onder het Estado Novo-regime. Tegelijkertijd woedden in de Portugese koloniën in Afrika bevrijdingsoorlogen.

In 1969 keerde Zé Carlos terug naar Bissau. Hij was toen twintig jaar. Hij kwam terecht in een samenleving waarin de onafhankelijkheidsstrijd steeds duidelijker voelbaar was.
Muziek wordt politiek
De onafhankelijkheidsbeweging in Guinee-Bissau was de PAIGC, Partido Africano para a Independência da Guiné e Cabo Verde. De beweging was in 1956 mede opgericht door Amílcar Cabral en begon in 1963 een gewapende strijd tegen de Portugese koloniale macht. Cabral was niet alleen politicus en guerrillaleider. Hij hechtte ook veel waarde aan cultuur. Een volk dat onafhankelijk wilde worden, moest volgens hem niet alleen een eigen regering krijgen, maar ook vertrouwen krijgen in zijn eigen geschiedenis en cultuur.
Dat sloot goed aan bij wat Zé Carlos met muziek begon te doen. In 1970 richtte hij samen met onder andere Aliu Bari, Mamadu Bá en Samakê de groep Cobiana Djazz op. De groep combineerde elektrische gitaren met traditionele Guinese muziek, waaronder de gumbé. Vooral het gebruik van de lingua franca in Guinee, het Kriol, was belangrijk.
Het was de taal van alledag, niet de taal van de koloniale administratie.
Dat lijkt misschien een klein verschil, maar het was dat niet. Taal is ook een kwestie van macht. Wie in de taal van de bevolking zingt, spreekt een publiek rechtstreeks aan. Zé Carlos maakte van muziek daardoor iets dat tegelijk herkenbaar, modern en politiek was.
De muziek van Cobiana Djazz werd snel populair. De liedjes gingen niet altijd rechtstreeks over de onafhankelijkheidsstrijd. Vaak zat de boodschap in verhalen, beelden en dubbelzinnige teksten. Daardoor konden luisteraars de politieke betekenis begrijpen zonder dat die altijd letterlijk werd uitgesproken.

Van zanger naar verzetsstrijder
Schwarz bleef niet aan de kant staan. Hij raakte daadwerkelijk betrokken bij het verzet tegen het Portugese koloniale bestuur. Schwarz was betrokken bij stedelijke guerrilla-activiteiten, die leidden tot verschillende bomaanslagen, onder andere vlakbij het hoofdkantoor van de Portugese geheime politie, PIDE/DGS, in het centrum van Bissau. Daarmee liep hij grote risico’s. De PIDE hield hem in de gaten. In mei 1972 werd hij gearresteerd. Hij werd vastgehouden in de gevangenis van de PIDE en later overgebracht naar de strafkolonie op Ilha das Galinhas (Djiu di Galinha in het Kriol, Kippeneiland), een eiland in de Bijagós-archipel voor de kust in Guinee.
Hij zat niet voortdurend op het eiland: volgens getuigenissen verbleef hij er enkele maanden en werd hij daarna weer naar Bissau overgebracht. In totaal zat hij van 1972 tot 1974 gevangen.
De ervaring leverde onder meer het lied Djiu di Galinha op, Kippeneiland. De gevangenis werd daarmee onderdeel van zijn muziek en van de herinnering aan de koloniale periode. In het lied maakt hij duidelijk dat hij terugverlangt naar de plaats waar hij gevangen heeft gezeten, omdat die plaats voor hem méér vrijheid bood dan de gevangenis waarnaar hij vervolgens werd teruggebracht. Ilha das Galinhas was weliswaar een strafkolonie, maar de situatie daar verschilde sterk van de isolatie en mishandeling die Schwarz in Bissau had meegemaakt. Getuigen beschrijven dat gevangenen zich op het eiland relatief vrij konden bewegen, werkten in de landbouw of visserij en contact hadden met de plaatselijke bevolking.
Djiu di Galinha, ai!
N’disdjau, ai Djiu di Galinha
Manera ki piskaduris ta pera mare
Asin tambi ki n’ ta pera dia di riba
Manera ki labraduris ta tchora tchuba
Asin tambi ki n’ ta tchora bu falta.
Kippeneiland, ai
Kippeneiland, ik verlang naar je
Zoals vissers wachten op het tij
Zo wacht ook ik op de dag dat ik terugkom.
Zoals boeren huilen om de regen die uitblijft
Zo huil ook ik om jouw afwezigheid.
De oorlog klinkt door in zijn liedjes
De kracht van Zé Carlos zit misschien wel juist in het feit dat zijn liedjes niet klinken als politieke toespraken. Hij schrijft over mensen en situaties die je je goed kunt voorstellen.
Neem het lied Pintcha kamion (Duw de vrachtwagen). Het werd in de jaren zeventig opgenomen en gaat over zwaar werk aan de weg. De tekst beschrijft iemand die vroeg opstaat om te werken, maar zich afvraagt wat voor werk hij eigenlijk doet. Het antwoord is eenvoudig: duwen, sjouwen en moe worden. En dat voor weinig geld (cinco pesos – een peso was een gebruikelijk woord voor het geld dat in Portugees-Guinea, de escudo, gebruikt werd).

Pintcha kamion
Si galu kanta
N ta lanta sedu
N laba ña rostu
Pa ba tarbadju
N laba nha rostu
Pa ba tarbadju
Ma ke tarbadju
Di sinku pes
Pintcha kamion
I son tarbadju
Tarbadju na strada
I son kansera
Vida di koitadi
I son kansera
Duw de vrachtwagen
Als de haan kraait
Sta ik vroeg op
Ik was mijn gezicht
Om naar mijn werk te gaan
Ik was mijn gezicht
Om naar het werk te gaan
Maar wat voor werk?
Voor maar vijf pesos
Ik duw een vrachtwagen
En dat is het werk
Werken aan de straat
En alleen maar afzien
Het leven van een arme sloeber
Is alleen maar afzien
Vrouwen in zwarte doeken
Een van zijn bekendste liederen is Mindjeris de panu preto (Vrouwen in zwarte doeken). De titel verwijst naar vrouwen die rouwen om mannen die in de oorlog zijn gesneuveld.
Het lied begint met de vrouwen in zwarte doeken toe te spreken: ze moeten niet alleen vanwege hun verdriet huilen. Bid voor ons, vrijheidstrijders. Hij verwijst naar hun land: “li ki no tchon” – dit is ons land (het land dat we gaan bevrijden).
Het nummer groeide uit tot een van de bekendste liederen uit het repertoire van Zé Carlos en werd een onofficieel volkslied.
Mindjeris de panu preto
Mindjeris de panu pretu
Ka bo tchora pena
Si kontra bo pudi
Ora ki un son di nos fidi
Bo ba ta rasa
Pa ê tisinu no kasa
Pabia li ki no tchon
No ta bai nan te
Bolta di mundu
I rabu di pumba
Vrouwen in zwarte doeken
Vrouwen in zwarte doeken
Huil niet meer
Als jullie kunnen
Als ook maar een van ons gewond raakt,
Bid voor ons
Zodat ze ons thuis kunnen brengen
Want hier is ons land
Hoe ver we ook weg gaan
Hoe vaak de aarde ook ronddraait
Uiteindelijk keren we terug.
(vrij vertaald)
Waarom huilt dat kind?
Nog aangrijpender is het lied Ke ki mininu na tchora? (Waarom huilt het kind?)
Hier kijkt Zé Carlos naar de oorlog door de ogen van een kind. Geen politiek programma, geen legerkaarten en geen toespraken, maar een kind dat bang is.


In het lied komen vliegtuigen, vuur en bombardementen voor. De „grote vogel” die vanuit de lucht komt, brengt geen goed nieuws, maar „eieren” van vuur en dood. Dorpen en rijstvelden worden getroffen. Het kind begrijpt de politiek achter de oorlog niet. Het ziet alleen wat er gebeurt.
Juist daardoor komt de oorlog misschien harder binnen.
Ke Ki Mininu Na Tchora?
Ke Ki Mininu Na Tchora
Ke ki mininu na tchora?
I dur na si kurpu
Ke ki mininu na tchora?
I sangui ki kansa odja
Pastru garandi bin
Ku si ovus di fugu
Pastru garandi bin
Ku si ovus di matansa
Montiaduris ki ka kunsidu
E iara e fuguia na tabanka
Montiaduris pretus suma nos
E iara e fuguia na bulanha
Matu kema
Kasa kema
Dur, dur, dur na no alma
Waarom huilt dat kind?
Waarom huilt dat kind?
Waarom huilt dat kind?
Het heeft pijn in zijn lijf
Waarom huilt dat kind?
Het is het beu om bloed te zien
De grote vogel kwam
Met zijn vuureieren
De grote vogel kwam
Met zijn moordeieren
Onbekende jagers zaten fout
Ze schoten op het dorp
Zwarte jagers zoals wij
zaten fout, ze schoten in de rijstvelden
Het bos brandde
Het huis brandde
Pijn, pijn, pijn in onze ziel
Het lied verwijst bovendien naar een pijnlijk aspect van de oorlog: Guineeërs vochten niet allemaal aan dezelfde kant. Sommige zwarte inwoners dienden in het Portugese leger en kwamen daardoor tegenover andere Guineeërs te staan die voor onafhankelijkheid vochten. De oorlog was dus niet alleen een strijd tussen Portugezen en Guineeërs. Er ontstonden ook diepe tegenstellingen binnen de bevolking zelf.
Ik schreef in Portugal Portal over een van deze ‘zwarte jagers’, Marcelino da Mata: held of schurk.
Subtiel protest
In een ander lied, Lua kata kema (De maan brandt niet), uitgebracht in 1972, dus nog in de koloniale tijd, wordt stiekem de koloniale macht (de zon) afgewezen en de bevrijdingsstrijd (de maan) omarmd.
Lua Kata Kema
Utru ora n ta misti pega tras di sol
Ma n ka ta bai pabia tras di sol n ka kunsidu
Ka no seta e ngananu
Lua oi ki di nos
Lua oi lua oi lua oi ki di nos
Si no pertu lua no ka ta kema
Lua oi ki di nos
Lua oi lua oi lua oi ki di nos
De maan brandt niet
Soms wil ik de zon achterna gaan
Maar ik ga niet, bij de zon kent niemand mij
Laten we ons niet vergissen
De maan, die is van ons
Maan, o maan, o maan, die is van ons
Als we dicht bij de maan komen, verbranden we niet
De maan, die is van ons
Maan, o maan, o maan, die is van ons
Onafhankelijkheid, maar geen einde van de problemen
Op 20 januari 1973 werd Amílcar Cabral in Conakry vermoord. Een paar maanden later, op 24 september 1973, riep de PAIGC eenzijdig de onafhankelijkheid van Guinee-Bissau uit. Portugal erkende de onafhankelijkheid uiteindelijk in 1974, na de Anjerrevolutie van 25 april.

Voor Zé Carlos betekende de onafhankelijkheid niet dat hij achterover kon gaan zitten. Hij kreeg een functie binnen de nieuwe staat en werd verantwoordelijk voor kunst en cultuur. Juist daar kwam een andere kant van zijn karakter naar voren. De onafhankelijkheid waarvoor hij had gevochten, moest volgens hem ook iets betekenen voor het dagelijks leven van de bevolking.
Hij bleef daarom kritisch op de nieuwe machthebbers. De idealen van de onafhankelijkheidsstrijd mochten volgens hem niet verdwijnen zodra de koloniale bestuurders waren vertrokken.
Dat bracht hem in een moeilijke positie. Een revolutionaire beweging kan tijdens een oorlog duidelijk weten waar zij tegen vecht. Na de overwinning ontstaat een veel ingewikkelder vraag: wat doe je met de macht die je hebt gekregen? Zé Carlos bleef daar vragen over stellen.
Cuba en een vroeg einde
In januari 1977 vertrok Schwarz naar Cuba, waar hij als vertegenwoordiger van Guinee-Bissau zou werken. Hij nam zijn vrouw en twee jonge kinderen mee. Op 27 mei 1977 verongelukte het vliegtuig waarin hij reisde tijdens de landing in Havana. Schwarz was 27 jaar oud.
Waarom Zé Carlos nog steeds belangrijk is
José Carlos Schwarz is interessant, omdat hij laat zien dat een onafhankelijkheidsstrijd niet alleen op het slagveld wordt uitgevochten. Zijn muziek en zijn leven vertellen ook een verhaal dat verder reikt dan Guinee-Bissau.
In veel voormalige koloniën ontstond na de onafhankelijkheid dezelfde fundamentele vraag: hoe bouw je een eigen land op na eeuwen van koloniale overheersing? En hoe voorkom je dat nieuwe machthebbers dezelfde afstand tot de bevolking creëren als hun voorgangers? Dat zij uiteindelijk dezelfde vormen van uitbuiting voortzetten en zich, net als de vroegere machthebbers, ten koste van de bevolking verrijken?
In het geval van Guinee-Bissau, met zijn vele staatsgrepen, de macht van de cocainemaffia in het land en het gebrek aan democratie, zijn deze vragen bijzonder relevant.

De Fundação José Carlos Schwarz wil zijn gedachtegoed en zijn muziek bewaren en verspreiden.




Geef een reactie