David Oliveira (Lissabon, 1980) is beeldhouwer. Zijn draadsculpturen zijn een samenspel van lijnen en ruimtes. Van een afstand gezien lijken zijn objecten tekeningen, maar kom je dichterbij dan ervaar je een driedimensioneel object in de ruimte.
Als kunst een manier is om uit te beelden wat er in het hoofd van de kunstenaar zit, dan is beeldhouwen de discipline waar David het best mee uit de voeten kan. Hij doorliep de kunstacademie en studeerde af in beeldhouwen, met keramiek als specialisatie. Na zijn studie begon hij te experimenteren met draad, wat hem ertoe bracht een masteropleiding in artistieke anatomie te volgen, met een speciale focus op tekenen: ‘Ik zocht naar het gemeenschappelijke tussen beeldhouwen en tekenen, waardoor ik de aspecten van het fragiele en het vluchtige leven in mijn werk kon laten bestaan’, aldus Oliveira.
Tekenen is een van de oudste en meest universele vormen van menselijke expressie; van paleolithische grottekeningen tot de schetsen van bijvoorbeeld Leonardo da Vinci. Tekenen is een manier om ideeën te verkennen, visies te communiceren en grotere werken voor te bereiden. In de Renaissance kreeg tekenen de status van een autonome discipline en werd het niet alleen gewaardeerd als middel om te studeren, maar ook als kunstvorm op zich. In de 20e eeuw, met de opkomst van stromingen zoals abstract expressionisme en conceptuele kunst werd tekenen definitief erkend als een artistieke taal op zich.
Beeldhouwkunst bestond als een driedimensionaal object in een ruimte, maar het was tijdens het modernisme dat er nieuwe mogelijkheden van vorm, materiaal en ruimte ontstonden. Kunstenaars zoals Alexander Calder en Pablo Picasso daagden de conventies van de traditionele beeldhouwkunst uit en zochten naar manieren om nieuwe beelden te maken, onder andere door het gebruik van innovatieve materialen en nieuwe technieken, die de nadruk legden op lichtheid en beweging. Door deze te combineren ontstond er een nieuwe beeldtaal die ook wel het synthetisch kubisme werd genoemd.
The wireman
David Oliveira, of the wireman, zoals hij ook bekend staat, maakt sculpturen die opgebouwd zijn door fysieke lijnen, draad, in de ruimte. Daarmee tekent hij als het ware driedimensionaal in de lucht. Zijn objecten zet hij vast met onzichtbaar tape dat het gevoel van zwevend versterkt. Op deze manier kan de kijker de verschillende invalshoeken en perspectieven verkennen.
De sculpturen van David Oliveira zijn bijna levende objecten. Op het eerste gezicht lijken ze vormloos en chaotische mengsels van ijzeren lijnen, maar naarmate je dichterbij komt en ze vanuit elke hoek bekijkt nemen hun rondingen vorm. Men kan leeuwen, pelikanen, apen, vogels, menselijke figuren of alledaagse objecten herkennen. Wat opvalt is zijn enorme kennis van de anatomie.
‘Mijn inspiratie haal ik uit de dagelijkse dingen. Het hoe en waarom van een glimlach, de geur van nat gras, wat doet de verandering van licht met hoe je dingen ziet?’ Niet het fysieke object is de waarde van zijn werk maar, het verhaal, de associatie, of de impact die het teweegbrengt.
Draad is een prachtig materiaal dat op een verrassende manier buigzaamheid en weerstand combineert. Door het te buigen, te draaien en te vormen is het mogelijk om complexe en gedetailleerde vormen te ontwikkelen, die sterk en stevig genoeg zijn. En draad is verkrijgbaar in verschillende diktes en diverse metaallegeringen. De veelzijdigheid ervan maakt het mogelijk om zowel goudsmeedwerk als enorme sculpturale structuren te maken.

Trompe l’oeil
Opvallend is dat hoe minder draad de wireman gebruikt, hoe massiever zijn objecten lijken. Wanneer hij meer draad en lijnen gebruikt, dan lijken ze juist brozer en ingewikkelder. Dat komt omdat de hersenen middels het oog, de ontbrekende lijnen invult, waardoor de sculptuur er robuuster uit ziet dan in werkelijkheid het geval is. Tegelijkertijd geldt hoe meer draad er gebruikt wordt, hoe transparanter en etherischer de sculptuur visueel wordt. Dit komt doordat de overtollige draden meerdere hoeken en lagen onthullen, waardoor licht vrijer door het werk kan schijnen.
Naast draad werkt hij met stof, plastic en kleine objecten, maar over het algemeen gebruikt hij zo min mogelijk grondstoffen. Voorafgaand maakt hij zelden schetsen, de sculpturen worden direct in de lucht gemaakt.
Tekenen in de lucht
David Oliveira laat zien dat de tekenkunst meer is dan alleen een tweedimensionale weergave, maar dat het een totaalbeleving van emoties, zintuigen en kennis kan zijn. De botten vertegenwoordigen de rationele en technische basis van het tekenen (kennis over anatomie, beweging en structuur zijn essentieel). De huid daagt onze visuele waarneming uit en laat zien hoe licht, schaduw en beweging illusies kunnen creëren die het oog verwarren en verrassen. En alles wat er tussen zit overstijgt het zichtbare en verkent de emotionele en spirituele dimensie van kunst. De tekening wordt een ervaring die verder gaat dan het rationele en raakt de kijker op een dieper niveau.

Is het echt of gezichtsbedrog?
Oliveira is altijd bezig om tijd als actief element in zijn werk te integreren. Het is een speurtocht naar hoe kunst niet statisch is, maar leeft en verandert, net als herinneringen, ervaringen en net zoals in de natuur alles onderhavig is aan verandering.
Formaat
Insecten, als bidsprinkhanen, sprinkhanen, slakken, bijen, spinnen en libellen vormen zijn kleinere werk. Hij vindt de complexiteit van deze kleine schepsels verrassend als je ze vergelijkt met hun fragiele bestaan. Zijn grootste werk is een hangende boom in een binnenruimte (7 meter in totaal van beneden aan de wortels tot aan de bovenste takken). Hij probeert zoveel mogelijk op ware grootte te werken.

Het werk van Oliveira blijft zich onderscheiden, omdat hij de grens tussen tekenen en beeldhouwen blijft uitdagen. Hij blijft figuren en vormen ontwikkelen die gewichtloos lijken. Het hangt af van de kijker, waar zij/hij staat en hoe zij/hij kijkt hoe zijn sculpturen veranderen, oscillerend tussen abstractie en herkenbare figuren. Deze interesse in perceptie, anatomie en ruimtelijke illusie is opmerkelijk consistent gebleven gedurende zijn hele carrière. Vanuit kunsthistorisch perspectief neemt hij een interessante positie in binnen de hedendaagse Portugese beeldhouwkunst. In tegenstelling tot andere beeldhouwers reduceert hij de beeldhouwkunst tot iets bijna immaterieels – een lijn in de ruimte – waardoor zijn werk dichter bij driedimensionaal tekenen staat dan bij de traditionele beeldhouwkunst.
Techniek en gereedschap
Tangen, scharen en vijlen zijn verlengstukken van zijn handen, waardoor hij draad kan transformeren in precieze, expressieve vormen. Deze relatie tussen de kunstenaar en zijn gereedschap weerspiegelt een ambachtelijke traditie die teruggaat tot de meestergoudsmeden en beeldhouwers van weleer.
Zijn appartement en atelier kijken uit op de Tejo, een belangrijke energiebron voor zijn werk. Hier verdiept hij zich in de meer dan gedetailleerde informatie over zijn mogelijke onderwerpen.
Sociaal
Zijn werk wordt sterk beïnvloed door een milieuvriendelijke insteek en een posthumanistische visie. Hij stelt de centrale positie van de mens in het universum ter discussie en pleit voor een harmonieuzere relatie tussen alle levensvormen. Zijn diersculpturen zijn niet alleen het onderwerp van schoonheid en anatomische complexiteit, maar tonen vooral hoe kwetsbaar ze zijn in de nabijheid van mensen. Met zijn beelden hekelt hij dierenmishandeling en nodigt hij de kijker uit om na te denken over hun relatie tot en met het milieu. Voor hem is kunst niet alleen een esthetische expressie, maar ook een politieke en pedagogische daad.
Als jong kind al was hij zich bewust van zijn omgeving. Als hij niet voor de ambacht van kunstenaar had gekozen was hij waarschijnlijk bioloog geworden. Hij vindt dat we zo snel mogelijk moeten omschakelen naar een gezondere en duurzamere wereld. Hij ziet kunst als een instrument voor communicatie en sociale transformatie.
Bron: Joanna Ramalho, Attitude, 2012; Alain de Botton, Art as Therapy




Een rijk verhaal aan beelden ook.