Eerder fietste ik over de iconische N2 en in Noord-Portugal. Hierover deed ik verslag (zie beneden). Beide reportages sloot ik toen af met ‘en nu op zoek naar een nieuwe uitdaging’ en deze vond ik in de Serra da Estrela.
Recentelijk doorkruiste ik, samen met vijf fietsvrienden (De Estrela 6), dit centrale, prachtige en hoogste bergmassief van het Portugese vasteland. Vier Nederlanders: Bert (73), Wim R. (70) Wim K. (73), ondergetekende (79) en een bevriend Amerikaans echtpaar. Adam (59) en Sierria (46) zijn twee jaar geleden naar Portugal geëmigreerd en wonen nu in Viseu. Beide zijn ervaren en enthousiaste wielrenners met een state-of-the-art Canyon fiets waar we allemaal jaloers op zijn.
Bert en beide Wimmen vliegen uit Eindhoven naar Faro en logeren bij mij in São Brás de Alportel. Met de fietsen op de pick-up rijden we vanuit de Algarve naar Viseu waar we gezamenlijk bij Sierria en Adam thuis eten.

Ik zette zes etappes uit, boekte alle hotels met Seia als beginpunt. We hadden eerder al besloten de tocht begin september te fietsen, na de grote hitte en hopelijk nog vóór de regen.

Steil einde
Seia – Guarda. 67km 1844 hoogte meters
We vertrekken uit ons hotel in Seia en rijden aan de westkant door het Parque de Estrela op de prachtige, rustige M522 die wat hoger ligt waardoor we links een fraai uitzicht hebben op het Mondego dal. Rechts verheffen zich de bergen van de Serra da Estrela. Het weer is prima, meestal bewolkt maar zonder regen en het grootste deel van de dag hebben we een lichte rugwind. De weg gaat door Gouveia en verderop drinken we koffie in Figueiró da Serra. Op het terras raken we aan de praat met enkele bejaarde mannen. Als ze horen dat we op weg zijn naar Guarda geven ze – in hun dialect – moeilijk verstaanbare adviezen hoe we daar het beste naar toe kunnen fietsen. We vervolgen de oorspronkelijke geplande route die mooi is en licht klimt.

We lunchen in Café Mirante in Rapa op een buitenterras met uitzicht op een vallei. Ik dacht dat ik de eerste etappe niet te zwaar had gemaakt, maar aan het einde blijkt dat tegen te vallen. Vlak voor Guarda is een lange helling waarvan het laatste stuk vanaf Faia naar de N16 zo steil is dat iedereen, behalve Adam, moet lopen. Uitgeput bereiken we Guarda, checken in, douchen, drinken wat in de bar op de bovenste verdieping en eten in het hotel-restaurant. Dat laatste valt tegen omdat door de onderbemande keuken de keuze van gerechten beperkt is. Op advies van de ober kiezen we allemaal hetzelfde gerecht dat snel geserveerd kan worden en gelukkig ook nog lekker blijkt te zijn.
Lekke band
Guarda – Covilhâ 93 km 1849 hoogte meters
Vandaag rijden we de langste etappe door de Beira Interior met historische dorpen en granieten heuvels. We vertrekken vroeg door dit stille en ruige gebied dat, hoewel het buiten het park ligt, toch een aantal hellingen heeft. Deze etappe geeft bij Bendada de mogelijkheid een stuk af te snijden. Wim K. en Bert maken daar gebruik van want het klimwerk van gisteren zit nog in hun benen. Zij steken door naar Peraboa waar ze weer op de oorspronkelijke route komen en de etappe bijna veertig kilometer inkorten. Wij rijden oostwaarts en vlak voor het historisch dorp Sortelha worden we op een uitzichtpunt verrast door twee enorme antieke watervaten waarvan er één met mozaïek is gedecoreerd.
Vóór Sabugal buigen we zuidwaarts af en stoppen in Meimoa om te lunchen. Het restaurant “O Tier” is klein, druk en serveert alleen zware kost. Nadat we enige tijd hongerig in de rij staan, geven we het op en vinden niet veel verder een bar waar men simpele tosti’s maakt, hetgeen ons als lunch beter bevalt. Daarna fietsen we door tot we vlak voor Covilhâ de rivier de Zêzere oversteken en een onverharde weg met veel steenslag volgt. Hier krijgt Wim
een lekke band waar we natuurlijk op voorbereid zijn.

Adam blijkt een elektrisch pompje bij zich te hebben waarmee Wims nieuwe band met één druk op de knop tot zeven bar wordt opgepompt. Aangekomen bij het hotel wisselen we ervaringen uit met Bert en Wim K. die daar natuurlijk eerder aankwamen. In Covilhâ eten we in restaurant “Zé do Sporting” op een mooi overdekt terras met druiven aan het plafond en waar de serveerster nerveus giechelend haar Engels oefent als ze onze bestelling opneemt.

Café Paramiloidose
Covilhâ- Seia 82 km 1324 hoogte meters
Als ik mijn fiets ophaal is mijn voorband leeg en de binnenband wordt snel door Adam vervangen. Deze etappe heeft minder hoogte meters maar dat betekent niet dat het een makkelijke rit wordt. Covilhâ is een vrij grote stad dus het duurt even voor we eruit zijn. Daarna rijden we op de kronkelende N230 door een gebied dat de afgelopen jaren tweemaal werd getroffen door bosbranden. Je ziet nog steeds zwartgeblakerde dode bomen staan, hetgeen het landschap niet verfraait. Via Tortosendo komen we in Unhais da Serra waar we stoppen voor koffie. Ons café
heeft de opvallende naam “Bar da Paramiloidose”.

De ober vertelt ons, als we ernaar vragen, dat het café verbonden is met de ziekte paramiloidose, ook wel familiale amyloïde polyneuropathie genoemd, een erfelijke ziekte die in 1952 voor het eerst beschreven is door de Portugese neuroloog Mário Corino da Costa Andrade (1906- 2005). Symptomen zijn onder andere tintelingen en spierzwakte in handen en voeten, toenemende evenwichts stoornissen, hart- en nierfalen. Portugal heeft nog steeds de grootste endemische haarden ter wereld van deze zeldzame stofwisselingsziekte, met name in Vila do Conde en Póvoa de Varzim bij Porto, maar ook hier in Unhais da Serra. In dit café is al lang de Associação Portuguesa de Paramiloidose gevestigd, die patiënten ondersteunt. We verlaten deze bijzondere bar en vervolgen onze tocht op de N230 en klimmen geleidelijk naar het hooggelegen restaurant “Pedras Lavradas” waar we weer met tosti’s lunchen. We beginnen daarna aan een lange afdaling tot Vide waarna we de brug oversteken naar de M518. Meteen begint een dertien kilometer lange steile klim, via Cabeça naar de rotonde Portela do Arão. Het is zwaar, we doen er lang over en komen afgepeigerd op de rotonde aan. De weg terug naar Seia gaat gelukkig omlaag en we verblijven in hetzelfde hotel als eerder.
Aardverschuiving
Seia–Manteigas-Colvilhâ 72 km 1487 hoogte meters
Vandaag rijden we weer naar Covilhâ maar nu met zijn vieren. Bert en Wim K. gaan niet mee, na de zware tocht van gisteren zien ze af van de beklimming naar de Torre en gaan in de omgeving van Seia fietsen. Wij gaan via Manteigas en weten dat een deel van deze weg is afgesloten voor autoverkeer want begin maart heeft er na langdurige regen een lokale aardverschuiving plaats gevonden. Er is een groot stuk van de N232 bij Penhas Douradas weggeslagen.

Het heeft in alle kranten gestaan maar Adam en Sierria konden daar in april zonder gevaar met hun fiets langs het kapotte stuk weg lopen. We hopen dat dit nu nog steeds mogelijk is, maar lokale berichten zijn tegenstrijdig en vol spanning rijden we via de ER339 en ER339-1 richting Manteigas. Als we de N232 opdraaien fietst onverwacht Andreia ons tegemoet, een vriendin van Adam en Sierria uit Gouveia die hier toevallig ook is.

Het weerzien is hartelijk en ze nodigt ons uit voor koffie in café “Ti Branquinho”, even verderop. Andreia is een jonge, kleine, pezige, vrouw die goed kan klimmen en al grootmoeder is. Ze kent de weg naar Manteigas en deze is nog niet gerepareerd maar wel open. Als we later langs het betonblok fietsen dat auto’s moet tegenhouden bereiken we het stuk weg dat is weggeslagen, vlak naast een huis dat wonderwel gespaard bleef.


We lopen langs het enorme gat, verbazen ons over de ravage, maken foto’s en rijden daarna veilig op de prachtige, kronkelende en autoloze weg door het bos. Later horen we dat men van plan is de weg flink in te korten om het aangedane gebied te omzeilen en dat deze werkzaamheden zeker twee jaar zullen duren. We rijden Manteigas in en zien het stuk dat is weggeslagen nu van onderaf.

We lunchen in “Casa de Árvore” langs de rotonde en rijden door naar Vale de Amoreira waar we afbuigen naar de M501 en Covilhâ bereiken. In een pizzeria waar de pizzaoven stuk is, eten we noodgedwongen een lekkere bife na pedra.
Torre
Colvilhâ-Torre-Seia 53 km 1887 hoogte meters
Vandaag rijden we de kortste maar ook de hoogste etappe, de koninginnenrit naar de Torre. Wij nemen de klassieke beklimming vanuit Covilhâ, vaak opgenomen in de “Volta a Portugal”, 25 kilometer lang, gemiddeld 6,5% stijging met een hoogteverschil van bijna zestienhonderd meter. De klim begint al op het marktplein van Covilhâ met stukken van boven de 10%. Wim, Adam en Sierria zijn sneller dus ik zwoeg alleen omhoog en ben altijd weer verbaasd hoe snel je over een stad uitkijkt waaruit je net vertrokken bent. Na zes kilometer arriveer ik bij de Pousada Serra da Estrela, waar ik koffie wil drinken en even bijkomen. Ik fiets de parkeerplaats op en zie een Porsche en een Jaguar XE staan. Ik ben benieuwd hoe deze bezwete fietser wordt ontvangen in zo’n ballentent. De receptioniste moet het eerst even aan haar baas vragen. Die vindt het gelukkig goed en ze brengt me naar een lege balzaal waar een vriendelijke ober me een kop koffie met een flesje water brengt voor net geen tien Euro. Na deze rustpauze vlakt de stijging van de weg gelukkig wat af en klim ik langzaam omhoog naar Penhas da Saúde, waar de rest op me zit te wachten op het terras van café “Zé da Montanha”. Het laatste stuk naar de top is lang, redelijk steil, maar prachtig en gelukkig niet druk met verkeer. Bert appt dat hij heeft geprobeerd de beklimming naar de Torre vanuit Seia te doen maar is halverwege teruggegaan. Ik bereik als laatste de top waar Wim, Adam en Sierria zitten te wachten op een grote, lelijke parkeerplaats. Er zijn enkele morsige souvenirshops, een niet als zodanig te herkennen restaurant en twee lelijke maar markante torens die daar zijn neergezet om de top van de Torre net boven de tweeduizend meter te brengen. We drinken koffie, eten wat, kopen souvenirs en laten een voorbijganger een foto van ons maken.


Daarna rijden we voornamelijk bergaf terug naar Seia waar oud Portugal Portal-redacteur en vriend Henk Eggens en zijn vrouw Jesus ons opwachten. Zij wonen in de buurt en nemen ons mee naar het fraaie restaurant “Espaço Ego”, gesitueerd in een driehonderd jaar oud Antigo Palacete (herenhuis) dat zijn oorspronkelijke kamer-indeling heeft behouden en een goed menu heeft.

Gerrit Komrij
Seia-Vila Pouca da Beira-Seia 75 km 1287 hoogte meters
Vandaag heeft onze laatste etappe een literaire connectie want we gaan langs het graf van Gerrit Komrij in Vila Pouca de Beira. Wim K. en Bert zijn er weer bij en we beginnen dus met zijn zessen aan de eerste tien kilometer op de drukke N17 tot aan Torrozelo. Deze drukke weg is helaas onvermijdelijk om uit te komen op de rustige M514 die zuidwaarts kronkelt evenwijdig aan de N17. Het weer is, anders dan de vorige dagen, bewolkt, weinig zon, warm en vochtig. In Sandomil krijgt Wim K. last van zadelpijn en rijdt terug naar Seia. Wij fietsen door naar Penalva de Alva waar we koffiedrinken. Daarna dalen we verder af naar Ponte das Tres Entradas. Daar begint na de brug een onwaarschijnlijk steil klimmetje waarbij we met moeite op de fiets blijven. We kruipen twee kilometer omhoog en komen uit in Santa Ovaia en rijden op een grindweg langs het tot hotel gerenoveerde “Convento do Desagravo do Santíssimo Sacramento” (Klooster van eerherstel van het Heilig Sacrament). Gerrit schreef daarover in zijn columns toen het nog vervallen was. We draaien in Vila Pouca da Beira weer de N17 op en rijden langs de woning waar Komrij van 1988 tot zijn overlijden in 2012 met zijn partner Charles Hofman woonde. De begraafplaats ligt iets verder en Gerrit schreef dat hij deze vanuit zijn werkkamer kon zien liggen. Ik bezocht dit kerkhof al in 2015 met Bert tijdens een andere fietsvakantie. Toen was het in zijn grafsteen gebeitelde gedicht nog leesbaar, maar nu niet meer. Charles Hofman overleed in 2019 en ligt ernaast, onder een witte steen zonder inscriptie.



We maken foto’s en rijden terug naar Ponte de Tres Entradas waar we willen lunchen. Dat is lastiger dan gedacht want de eigenaar van het enige restaurant wil alleen de zware gerechten van het menu serveren en daar hebben we geen zin in. We onderhandelen tevergeefs over iets lichters maar moeten het doen met worstjes en frites of alleen een nagerecht. We eten alles snel op en vertrekken weer over de N230 naar Vide waar op de N338 de laatste klim begint. Bert houdt die
voor gezien en rijdt terug naar Vide om een taxi te zoeken. Dat lukt snel want even later passeert hij ons zwaaiend vanuit een auto en wordt bij het hotel in Seia afgezet. Wij arriveren daar later ook en nemen op deze laatste dag afscheid van Sierria en Adam die met de auto terugrijden naar hun woning in Viseu.
Tot slot
De volgende dag rijden wij terug naar de Algarve, maar ter hoogte van Grândola verliest de pick-up ineens veel kracht en brandt er een waarschuwingslichtje. We besluiten het te negeren en door te rijden. Gelukkig gaat alles goed – de benzine toevoer was deels verstopt geraakt – en bereiken we onze eindbestemming, hoewel later dan gepland. We genieten van de heerlijke maaltijd die op ons staat te wachten en bespreken de ervaringen van deze prachtige tocht door een schitterend landschap met mooi weer zonder een druppel regen.
Benieuwd naar andere fietsverhalen?
https://www.portugalportal.nl/iconische-n2-fiets/
https://www.portugalportal.nl/noord-portugal-op-de-fiets




Geef een reactie