Maandenlang kwam elke dag de voorman/aannemer om 8 uur, soms wat eerder, zelden later, door de poort rijden. Meestal was die al open; een enkele keer moest hij hem zelf open maken. Al die geluiden maakten deel uit van mijn ochtendritueel: de ‘arbeidsvitaminen’, het zwiepen van de kraan, de betonmolen en soms wat gebakkelei over en weer.
Op een middag was Eduardo, de aannemer en tevens buurman, de buitenmuur van de slaapkamer aan het restaureren. Achter deze traditionele granieten muur stonden vroeger de koeien. Hij was bezig met het opvullen van de muur met kleine steentjes en het zag er prachtig uit. Hij had er zichtbaar plezier in. Dit soort werk geeft mij de meeste voldoening, zei hij. Hij hoefde maar een klein stuk muur te restaureren, want het grootste deel van de granieten blokken was ergens in de tuin geparkeerd, wachtend op een nieuwe bestemming. De stenen waren te zeer aangetast door salitre ofwel zoutuitbloei.
Ik dacht dat dit kwam door het wijdverbreide gebruik van conserveringszout. Ook dacht ik aan het vee in de stal dat jarenlang achteloos hun urine had laten lopen.
Vocht
Nu weet ik beter. De grootste boosdoener is vocht in combinatie met zouten uit bodem, lucht en bouwmaterialen. Iedereen in Portugal kampt hiermee, maar in de Minho, waar het vaak regent, waar de luchtvochtigheid hoog is en waar de oceaan een stevige stempel drukt, is het vochtprobleem nog wat nijpender.
Pas in de jaren 90 is het in Portugal bij wet geregeld dat nieuw te bouwen huizen aan allerlei regels over thermische isolatie moeten voldoen. Alle huizen die voor die tijd zijn gebouwd, missen een isolerende laag tussen de grond en de fundering en zijn vaak niet of bar slecht geïsoleerd. De muur werkt als een soort spons: het water gaat erin en neemt zouten mee. De warme lente-, zomer- en herfstperiodes verdrijven het vocht, maar het zout blijft en kristalliseert, met als resultaat nog meer scheuren, afbladderende verf en witte plekken (poeder) op de stenen.
De stalmuren waren er nog het best aan toe. De muren daarboven, waar de woonkamer was, moesten in totaliteit vervangen worden door de nieuwerwetse thermische blokken. De traditionele huizen in de Minho waren voornamelijk van graniet, een dichte steensoort (niet poreus) bestaande uit kwarts, gesteentevormende mineralen en mica. Graniet neemt minder snel vocht op, maar houdt het vocht ook langer vast.
Inmiddels was ik knap nieuwsgierig geworden naar die zouten. Waar komen die vandaan?
Zouten
Het gaat om zouten uit de bodem en de atmosfeer. Zouten uit de grond die in de stenen trekken, zouten uit bouwmaterialen, uit de zure regen en zeezoutaerosolen.
Nitraat
Die zouten ontstaan door chemische verbindingen in de bodem. Nitraat is een belangrijke stikstofverbinding. Stikstof komt via verschillende processen in de bodem, door dode planten en/of dierlijke resten en mest. Sommige bacteriën kunnen stikstofgas uit de lucht omzetten in ammoniak of ammonium.
In de bodem speelt zich een scheikundig proces af dat we nitrificatie noemen. Het betreft hier de omzettingen van ammonium in nitraat en van nitriet in nitraat. Dit zijn essentiële processen, omdat planten gemakkelijk nitraat kunnen opnemen.

Salpeter
Buiten de bodem voltrekken zich ook allerlei chemische reacties, bijvoorbeeld door bliksem. Tijdens onweer fuseren stikstofgas en zuurstofgas in de lucht tot stikstofoxiden. Deze reageren met waterdamp en vormen salpeterzuur, dat met regen in de bodem terechtkomt (zure regen).
Daarnaast kunnen activiteiten als verbranding van fossiele brand- en meststoffen ook stikstofoxiden produceren, die in de atmosfeer omgezet worden in salpeterzuur. Salpeterzuur is een sterk zuur dat graniet kan aantasten.

Zoutuitbloei
Als je last hebt van vochtoverlast, maar er zitten weinig zouten in de bodem of omgeving, dan krijg je de bekende muffe geur, donkere vlekken en soms schimmel.
De witte poederachtige aanslag zit aan de oppervlakte, dus je kunt het makkelijk wegvegen, maar daarmee is het probleem niet opgelost, omdat tijdens nieuwe vochtige periodes het vochtprobleem geheid terugkomt. Wat je niet moet doen, is cementpleister, verf of waterdichte coatings aanbrengen, want daarmee sluit je het vocht op in de muur en dat maakt het probleem alleen maar erger. Wat je wel kunt doen op droge dagen is de muur afborstelen (zonder water), zodat je de zouten verwijdert. En nog effectiever is dat je veel ventileert, lekkages oplost, goten en afwatering aanbrengt en ervoor zorgt dat er enige afstand is tussen meubels en muren. Gebruik ademende kalkpleister en silicaatverf en laat de inkapselende cement en latex achterwege.

Vader en zoons
Eduardo is de zoon van José, een granietwerker, geboren en getogen in Arcos de Valdevez. José kwam voor de liefde via een omweg (Lissabon) naar Âncora. Zijn vrouw en hij, beiden in de 90, hebben twee zoons. De jongste vertrok een jaar of twintig geleden naar Duitsland en de oudste, Eduardo, heeft het bouwvak gaandeweg geleerd. Al sinds jaar en dag heeft hij zijn eigen bouwbedrijf met in eigen bezit een imposante kraan, een grijper, een vrachtauto, een trekker, een bestelauto, een bouwkeet en een serieuze collectie gereedschap. Zijn zoons zitten ook in het vak. Paulo en Sergio hebben wel een gedegen technische bouwopleiding gevolgd. De oudste is 36 jaar en de jongste is 29. Voor corona werkten ze in loondienst, maar toen hun vader in 2021 kort achter elkaar zijn vaste staf verloor door ongeluk, hartaanval en emigratie, zijn ze bij hem in dienst getreden. In de Minho zijn net als in de rest van Portugal mensen met twee rechterhanden schaarser dan schaars.
Vrienden kies je en familie krijg je. Wat die uitdrukking betekent, weet ik als geen ander. En zoals ik al eerder zei, hoorde ik ze gedrieën wel eens uit hun slof schieten. Uit nieuwsgierigheid heb ik de jongens, ieder apart, wel eens gevraagd of ze soms met kromme tenen in hun werkschoenen staan en hoe dat is als je de orders van je vader moet uitvoeren. De oudste antwoordde laconiek: ‘Soms win je en soms verlies je.’ De vader denkt dat hij het beter weet dan de jonkies en de jeugd weet dat zij het meestal bij het rechte eind hebben, omdat zij gretiger ingaan op nieuwe technieken en zienswijzen.
Toch zijn vader en zoons tevreden met hoe de zaken gaan. Eduardo is 63 jaar oud en hij is bezig met het bouwen van zijn laatste huis. Hierna stopt hij ermee. ‘Genoeg is genoeg’, zegt hij. ‘Tegenwoordig is de bouw een makkie met alle hulpmiddelen. Vroeger waren die er niet en kwam alles op pure mankracht aan, en daardoor is mijn lichaam een beetje versleten’. Met wat en hoe hij zijn dagen gaat doorbrengen is nog de vraag; zijn vrouw, Perpetua, doet haar naam eer aan. Of je alsjeblieft even je mond kunt houden, dank je wel.
Ik vroeg aan de jongens of er niemand is die de extra handen van hun vader kan vervullen/overnemen, en nee, dat is niet het geval. Er zijn wel wat Brazilianen, maar die kunnen niet werken, was hun antwoord. Sergio heeft een zoontje van bijna 5 jaar oud en die kijkt nu al likkebaardend naar de grijper en het andere rollende materiaal. Het lijkt een uitgemaakte zaak dat hij over een jaar of tien deel uit zal maken van het absoluut vakkundige bouwteam van zijn vader en zijn oom.
Hybride werkers
Van oudsher zijn kleine familiebedrijven in bouw, steenhouwerij en timmerwerk actief in de Minho. Huizen worden of zelf, of via lokale netwerken, gebouwd. Qua praktische bouwvaardigheden is de Minho regio goed uitgerust, laten we maar zeggen. En de ligging vlakbij Spanje (Galicië) is van belang. Veel vakmensen werken over de grens en nemen kortlopende of roulerende banen aan in Spanje, omdat de lonen daar hoger liggen. In plaats van ‘blijven versus emigreren’, zie je vaak hybride werknemers (in Portugal wonen en in het buitenland werken), ook wel circulaire migratie genoemd, mensen werken periodes van 3 tot 9 maanden in het buitenland en keren dan terug naar huis, waar ze hun verdiensten lokaal investeren (bouwen/renoveren van huizen en hun familie onderhouden). Het lijkt dus dat mensen hier wonen en actief zijn, maar eigenlijk wordt het geld buiten Portugal verdiend.
De Minho wordt gaandeweg door expats ontdekt, waardoor de vraag naar (nieuwe) woningen toeneemt, maar de lokale behoefte aan huizen is vele malen groter en dit is mede te danken aan de terugkerende migranten (Portugese diaspora die een huis in het moederland (laten) bouwen). De beroepsbevolking vergrijst en de bouwbedrijven hebben moeite om gepensioneerde werknemers te vervangen. De immigratie neemt toe en er zijn steeds meer werknemers uit Brazilië, Zuid-Azië en Oost-Europa te vinden op bouwplaatsen.
Veel geschoolde vakmensen (elektriciens, bouwvakkers en lassers) vertrekken naar Frankrijk, Zwitserland en Luxemburg. Als de lonen stijgen, zou een klein aantal Portugezen dat nu in het buitenland woont en werkt, erover denken om terug te keren, maar de meesten zullen kiezen voor een leven buiten hun eigen land.
Voordat de jongens bij hun vader in dienst traden, gingen ze eens met vrienden een klus klaren in Frankrijk. Met een oude bestelauto reden ze in 24 uur, zonder te stoppen, naar de bouwplaats. Na een halve dag rust begonnen ze met het werk, zeven dagen per week van ’s morgens zeven uur tot ’s avonds 19:00 uur. Dan douchen, eten en veel en nog meer drinken (op kosten van de opdrachtgever) en dan naar bed en hup, nog zo’n week erachteraan en daarna opnieuw 24 uur achter het stuur terug naar Portugal. Toen ze achteraf hoorden hoeveel bier en gin-tonics in Frankrijk kosten, kregen ze het benauwd. Als de opdrachtgever hun natje en droogje niet had betaald, dan hadden ze zich voor niets twee weken lang afgebeuld. ‘Pff! ‘Dat was eens, maar nooit weer’, zeiden ze, en ‘Frankrijk is een rotland en het eten is er niet te vreten’.
Zout in de pap
Zoals al gezegd. Paulo en Sergio zijn tevreden. Ze doen werk dat ze leuk vinden, ze wonen op een van de mooiste plekken uit de buurt en hebben alles wat hun harten begeren. Ze wonen naast elkaar en hun buren zijn hun vader en moeder en opa en oma.
In de zomer gaan de jongens met hun gezin een weekje met vakantie naar de Algarve of ergens in Spanje, maar na een paar dagen doet hun lichaam pijn van te weinig fysieke activiteiten en willen ze het liefst weer terug naar huis en aan de slag. Al dat geniks op het strand of in een onbekend stadje, hoe kun je er wat aan vinden, lijken ze te denken.
Ik vroeg of ze een keertje samen, op mijn kosten, een lang weekend naar Amsterdam zouden willen. Ze keken alsof ze het in Keulen hoorden donderen. Nee, beiden hebben geen behoefte aan het ontdekken van andere horizonten, onbekende smaken, geuren of wat dan ook. Ik kan er niet over uit: twee knappe kerels, in de bloei van hun leven, twee rechterhanden, beleefd. Ze moesten eens weten.
Ze werken zes dagen per week en op zondag gaan ze een paar uur crossen op hun motor met vrienden en daarna schuiven ze aan tafel voor de lange lunch met opa, oma, vader, moeder en elkaar. De schoondochters zijn beiden peetmoeder van elkaars kinderen.
Ik hoor inmiddels een beetje bij de familie, want ik word steevast uitgenodigd voor verjaardagen, huwelijken, Kerst en Oud en Nieuw. Bij elk familietreffen zie je dezelfde mensen.
Twee viriele knapen in een cocon in de Alto Minho en ze zouden het geen dag anders willen. Mochten er onder de lezers mensen zijn die een huis in de Âncora-regio willen laten bouwen, dan kan ik ze van harte aanbevelen, maar ze zijn inmiddels volgeboekt tot eind 2027.




Geef een reactie