Op de plek van het controversiële Coutinho-gebouw verrijst langzaam maar zeker de nieuwe locatie voor de wekelijkse vrijdagmarkt. Bij de bouw zijn 1000 m2 aan overblijfselen van het klooster São Bento opgegraven. Vijf eeuwen geschiedenis werden onder de grond bewaard.
Het gaat om de niet- religieuze onderdelen van het kloostercomplex, zoals slaapzalen, ziekenafdelingen en technische ruimtes. De opgravingen liggen pontificaal in het centrum van de oud/nieuwe marktlocatie. De burgemeester van Viana do Castelo benadrukt met klem dat de opgravingen via uitgebreide documentatie en registratie behouden zullen worden, maar dat de bouw van de nieuwe markt gestaag doorgaat.
Rondleiding
De gemeente organiseerde een rondleiding op 14 mei voor geïnteresseerden. Er was plek voor slechts 40 gegadigden, maar ik kon er gelukkig bij zijn. Gids en groep ontmoeten elkaar voor de Capela das Almas, de eerste parochiekerk (13e eeuw) van Viana do Castelo. De kerk ligt naast het klooster, in het lager gelegen deel van de rivier en werd gebouwd om de stichtende bevolking van de stad nabij de haven te dienen. Het oorspronkelijke heiligdom van Sint-Lucia bevindt zich boven op de heuvel.

Na een kort welkomstwoord door de gids, de historicus Miguel Costa, gingen we naar de voor het publiek afgeschermde afgraving annex bouwplaats. Nadat we allen van een geel hesje en helm voorzien waren vertrok de stoet naar de plek waar we een goed beeld kregen van de opgravingen. De grijpers die de nieuwe marktvloer aan het egaliseren waren, maakten een enorm kabaal en een pittige wind trok de woorden uit de mond van de historicus mee de rivier de Lima over richting zee. Dacht ik toch een redelijk woordje Portugees te spreken, maar dat viel tegen.
Maar, eigenlijk, wat was er ook over te zeggen? Men wist al lang dat het klooster daar had gestaan, de archieven in Viana en elders staven dat door een redelijke hoeveelheid documentatie. Het is ook niet zo bijzonder. Onder de stad Guimarães, bijvoorbeeld, hebben archeologen middeleeuwse muren, oude waterputten en de oorspronkelijke funderingsstructuren uit de 10e eeuw blootgelegd. Net buiten Guimarães of Braga liggen bovendien de beroemde ruïnes uit de ijzertijd van Citânia de Briteiros (200 v.Chr.).

Rond 1891 besloot de gemeente de minder belangrijke delen van het convent te slopen om er de eerste gemeentelijke markt te bouwen. De religieuze kern, kerk en kloosterhof, bleef toen behouden. De gemeente wil nu vooral de restanten van de kerk van São Bento en de nog bestaande kloostergangen zichtbaar maken en mogelijk laten classificeren als monument. ‘Wordt er een glazen bodem aangebracht, zodat men alles kan blijven zien’, was een vraag uit het groepje belangstellenden, waarop de historicus alleen kon antwoorden ‘ik weet het niet, dat is aan de gemeente of andere autoriteiten om daarover te beslissen en of daar een budget voor is’.
De huidige vondsten zijn dus de restanten van structuren die meer dan eeuwen verborgen lagen onder latere bebouwing. De nieuwe markt komt op de plek waar die markt al eens was. Deze plek is met recht symbolisch geladen, eerst als historisch klooster, later als marktzone, daarna door de hoogbouw van het Coutinho-gebouw en nu opnieuw als poging om het historische centrum te herwaarderen.

Betonkolos, het monster of architecturale abortus
Het Coutinho -gebouw heeft in Viana veel bijnamen gehad. Het was het meest controversiële gebouw van Noord-Portugal, een betonnen toren midden in het historische centrum, vlak bij de Lima-rivier en het oude marktplein. Officieel heette het Edifício Jardim, maar de volksmond noemde het ’t gebouw van Coutinho, de naam van degene, die het gebouw in de jaren ’70 van de vorige eeuw financierde, Fernando Coutinho, een remigrant uit Congo. Het gebouw telde 13 verdiepingen en was duizelingwekkend hoog voor Viana.
Tijdens de bouw in 1973/74 bleek dat het terrein binnen een archeologische/historische zone lag. Een nationale cultuurdienst zei dat de vergunning problematisch was en dat de bouw moest stoppen, maar alles ging toch gewoon door. De strijd rond de afbraak, vol met rechterlijke procedures, duurde meer dan 20 jaar. In 2019 werd tijdens een juridisch gevecht water, elektriciteit en gas afgesloten en barricadeerden bewoners het gebouw. Mensen hesen voedsel en gasflessen met touwen via ramen omhoog. Het gebouw had ongeveer 300 bewoners verdeeld over 105 appartementen. De mensen van Viana do Castelo denken dat het gebouw niet alleen om esthetische redenen werd afgebroken, maar dat de gemeente vooral dacht aan een speciale UNESCO status van en relevante toeristenstromen naar het historische centrum van Viana. Om nog niet te spreken over vastgoedprijzen om je vingers bij af te likken.
De afbraak van het gebouw was technisch spectaculair. Men gebruikte een enorme sloopmachine met een arm van ongeveer 40 meter, en men bouwde eerst een platform van puin om de hogere torendelen te kunnen bereiken.
Het kloosterleven van São Bento en het water
Het Convento de São Bento lag niet toevallig dicht bij de Lima rivier. In de 16e–17e eeuw lag die zone veel dichter tegen een nat, estuarisch landschap dan vandaag. De rivier overstroomde regelmatig de lagere delen van de stad. En die rivier bepaalde eigenlijk alles: religieus leven, handel, voedselvoorziening, hygiëne, overstromingen én later de marktcultuur.
Het Benedictijnse leven draaide traditioneel sterk rond water: voor moestuinen, visvoorziening, wassingen, rituele reinheid, bier/wijnproductie, en praktische economie. Historisch gezien hadden kloosters in riviersteden vaak eigen waterputten, afwateringskanalen, visrechten, kleine aanlegplaatsen of toegang tot zoet en brak water. Bij São Bento is het waarschijnlijk dat de gemeenschap economisch verbonden was met rivierhandel, zout, visconservering en landbouwgronden langs de Lima.
De Lima-rivier bracht enorme voordelen voor de handel met de Atlantische kust, verbinding met Galicië, visvangst, scheepvaart en toevoer van goederen, maar ook nadelen als modder, stilstaand water, overstromingen, slechte riolering en dus ziektes. Voor het kloosterleven betekende dat vochtproblemen, epidemieën en ook tijdelijke evacuaties van lagere gebouwen. Die vochtigheid is nog steeds merkbaar in oude steenstructuren rond São Bento en de oude marktzone.
Verbod op kloosters
Voor degenen die dit niet wisten. Tijdens de Franse Revolutie en de Napoleontische oorlogen werden kloosters uit heel Europa weggevaagd. In Frankrijk, Zwitserland, Duitsland en elders verdwenen kloosters bijna van de ene op de andere dag. De mannenkloosters in Europa werden officieel verboden en genationaliseerd in het begin van de 19e eeuw. Ze werden voornamelijk afgeschaft door liberale en antiklerikale Europese regeringen die nationale financiële crises wilden oplossen, de staatsmacht wilden consolideren en de katholieke kerk van haar economische en politieke invloed wilden ontdoen. Mannenordes werden doorgaans als eerste aangepakt, omdat ze als machtiger en beter bestand tegen staatscontrole werden beschouwd. De vrouwenkloosters werden niet direct gesloten, maar uitgedoofd, er mochten geen nieuwe novicen worden aangenomen, waardoor de kloosters geleidelijk sloten als de laatste non stierf. In de 19e eeuw bloeiden de Europese kloostergemeenschappen opnieuw op, in een poging nieuwe gemeenschappen over de hele wereld te openen. Tegenwoordig spelen kloosterorden nog steeds een cruciale rol in zowel de wereld als de Kerk.

Terug naar het Sao Bento klooster
Het grootste deel van het São Bento kloostercomplex werd al eind 19e eeuw afgebroken, nadat de religieuze orden in Portugal waren afgeschaft. Na de ontbinding van religieuze orden in Portugal in de 19e eeuw veranderde veel kloostergrond in commerciële of publieke ruimte. Het water van de Lima beïnvloedde de markt in Viana do Castelo. Vissersboten kwamen bijna tot aan het centrum, getijden beïnvloedden losplaatsen, de lucht was een mengeling van zout, vis, riviermodder en kruiden. Verse producten konden snel vanuit het binnenland of vanaf zee worden aangevoerd.
Als de recente opgraving inderdaad tussen de Ponte Eiffel en de zone van São Bento /Capela das Almas ligt, dan zoeken archeologen waarschijnlijk naar oude funderingen van het kloostercomplex, marktresten, drainagekanalen, waterputten, opslagplaatsen of vroegere rivierniveaus en sedimentlagen. Dat soort lagen is in riviersteden extreem interessant, omdat je letterlijk kunt zien hoe de rivier verschoof, de stad werd opgehoogd en religieuze ruimte veranderde in commerciële ruimte.
Monastiek
Het kloosterleven is een religieuze levensvorm (christendom, boeddhisme en hindoeïsme). Mensen trekken zich terug uit het ‘gewone’ leven en richten zich met grote discipline op hun spirituele ontwikkeling door meditatie en gebed. Simpel gezegd zijn er twee vormen: een kluizenaarsbestaan in afzondering (eremitisch) en leven in een kloostergemeenschap (cenobistisch). Beide vormen worden gekenmerkt door eenvoud, soberheid, stilte, contemplatie, boetedoening, gehoorzaamheid, armoede en natuurlijk kuisheid.
Het vroege kloosterleven (binnen het christendom) ontstond in de 3e en 4e eeuw in Egypte. Onder invloed van Clemens van Alexandrië en Origenes trokken veel christenen zich terug uit de samenleving om zich volledig aan God te wijden. Ze maakten zich volledig los van alle wereldse bezittingen en relaties en brachten hun dagen door met bidden, vasten, werken, het bestuderen van de schrift en het uitvoeren van boetedoeningsoefeningen om hun ziel en lichaam te zuiveren. De monnik Sint-Antonius van Egypte wordt erkend als de vader van het kloosterleven.
Gedurende de Karolingische Renaissance werden veel kloosters belangrijke culturele centra, zowel voor onderwijs als voor economische activiteit. Als gevolg van hun belangrijke bijdragen aan de samenleving en de Kerk verwierven kloosters geleidelijk rijkdom, invloed en prestige, terwijl hun abten koninklijke gunsten en rechten ontvingen.
Het cenobitisme genoemd, zou uiteindelijk zo’n belangrijke rol spelen dat het de basis zou leggen voor formele kloosterorden die in latere jaren werden gesticht. Deze vorm van monnikendom bestond uit een groep gelijkgestemde mannen of vrouwen die samenkwamen om in een gemeenschap te verblijven onder het gezag van een abt of abdis.
In 910 begon een broodnodige hervorming van het kloosterleven met de stichting van Cluny. Met zijn oproep tot intenser gebed en éénheid onder de kloosters vond de Cluniacenzer hervorming al snel brede acceptatie. Gedurende deze periode bleven kloosters bloeien als rijke culturele centra. Veel monniken werden gerenommeerde historici, kroniekschrijvers, adviseurs, theologen, ambachtslieden en architecten. Hoewel velen het erover eens waren dat kloosters vanwege hun seculiere bijdragen een zeer positieve rol speelden in de samenleving, begon een aanzienlijk aantal monniken op te roepen tot een terugkeer naar de religieuze en spirituele eenvoud van vroegere tijden.
Vanaf de 14e eeuw nam het westerse monnikendom af, zowel qua lidmaatschap als qua populariteit. Hoewel de oorzaken talrijk waren, was een deel van deze achteruitgang gedeeltelijk te wijten aan de wijdverbreide versoepeling van de regels en het slechte leiderschap van de abten. Een belangrijke oorzaak van de achteruitgang kan echter ook worden toegeschreven aan de opkomst van de bedelordes, waaronder de Dominicanen, Franciscanen en Karmelieten. Veel potentiële monniken sloten zich aan bij deze nieuwe religieuze ordes van de Kerk. Hoewel er aan het einde van de 14e eeuw een lichte heropleving van de Benedictijnse Orde plaatsvond, werd deze snel onderdrukt door het momentum van de protestantse Reformatie.
Het klooster van São Bento was net als elders in Europa sterk beïnvloed door Benedictus van Nursia.
Tegenwoordig is het kloosterleven één van de oudste en kostbaarste tradities van de kerk. Hier is een kort filmpje over een vrouwenklooster in Trás-os-Montes.




Geef een reactie