Adriana Proganó valt gewoontes en fatsoensnormen aan en doet dat op een speelse manier: seksualiteit, schaamte, het lichaam, rolpatronen en ongewenst gedrag worden uitvergroot en belachelijk gemaakt.
Het lijkt me interessant om deze jonge vernieuwende en ‘rebelse’ kunstenares tegen de Nederlandse avant-gardistische traditie te houden om te zien of en zo ja, wat de verschillen zijn.
Adriana Proganó (Luzern, 1992) behaalde haar diploma in beeldende kunst aan de Escola Superior de Artes e Design (ESAD) in Caldas da Rainha. Hier legde ze de basis voor haar technische veelzijdigheid. Ze maakte vooral installaties en voorstellingen, maar ze was nieuwsgierig naar andere disciplines. Om zich de klassieke technieken eigen te maken ging ze schilderkunst studeren op de prestigieuze Accademia di Belle Arti di Brera in Venetië. Schilderen, wist ze al snel, was voor haar het beste medium om haar artistieke visie uit te dragen. De opleiding in Milaan stelde haar in staat om de klassieke begrippen van vorm, kleur en compositie toe te passen op haar werk.
Proganó neemt de schilderkunst serieus en maakt haar tegelijkertijd ondeugend.

Verfijnd, spontaan, naïef, geweldadig en onschuldig
Haar expositie BAD BEHAVIUOUOR gaat expliciet over het ondergraven van goed gedrag, vrouwelijke stereotypen en sociale conventies. Haar figuren bevinden zich in ongemakkelijke of seksueel geladen houdingen. Curatoren zeggen dat haar werk een confrontatie is met de manier waarop vrouwen geacht worden zich te gedragen.
Het mooiste voorbeeld is Little Brats. Ze heeft de figuren uit haar schilderijen tastbaar gemaakt, door een stel lastige kinderlijk brutale figuren het museum binnen te laten wandelen en zich daar te misdragen. Ze gebruikt het kind dus niet alleen als onderwerp, maar ze gebruikt ook de, min of meer, ongemanierde vrijheid van het kind als artistieke methode. De Portugese museumtekst zegt dat deze figuren de fysieke en politieke ruimte van het museum destabiliseren en de ernst en heteronormativiteit (de onbewuste of bewuste aanname dat heteroseksualiteit en traditionele genderrollen de standaard voor iedereen zijn) ondermijnen.
Dat is best radicaal te noemen, echter ze voert geen oorlog tegen de maatschappelijke norm, maar maakt de fatsoensnormen belachelijk door zich er niet aan te houden.
Niet politiek correct, maar absurdistisch
Nederland heeft een lange traditie waarin kunstenaars maatschappelijke structuren en instituten, als religie, seksualiteit, het koningshuis, bourgeoisie, kolonialisme, gender en kapitalisme opvoeren en zich afvragen waarom wij dat normaal vinden. Proganó doet ook zoiets, maar het is geen politiek pamflet, ze zegt niet dat het ideologisch fout is, maar toont de absurditeit ervan en laat alles totaal ontsporen.

Haar beelden en haar omgang met seksualiteit, vrouwelijkheid en gedrag zijn uitdagend. Zij weigert om zich netjes te gedragen en doet dat op een haast kinderachtige manier.
Cultuurverschillen
Adriana Proganó is in Nederland niet of nauwelijks bekend bij het brede kunstpubliek. Haar vorm van rebellie heeft een andere culturele kleur dan die van bijvoorbeeld Nederlandse avant-gardisten, als Marlene Dumas, de Van Lieshouts en Jeanne van Heeswijk. De ‘Nederlanders’ hebben sterk de neiging om maatschappelijke conventies politiek of institutioneel te analyseren en de logica achter onze maatschappelijke normen te deconstrueren. Of anders gezegd in Nederland is men geneigd de maatschappij intellectueel te ontmaskeren.
Als je Proganó vergelijkt met Marlene Dumas en Maria Lassnig, die behoorlijk ouder zijn dan Adriana, of met Fenna Witkamp – die wel van dezelfde leeftijd is – dan zie je een duidelijk cultureel verschil.
De thema’s van Dumas gaan ook over lichaam, seks, geweld, schaamte en verlangen, maar haar werk heeft een psychologische en morele lading. Dumas laat het lichaam zien als iets ongemakkelijks en bij Progranó weigeren lichamen zich te gedragen zoals het hoort.

De lichamen die Maria Lassnig schildert zijn radicaal anders dan wij onze lichamen zien. Haar idee van body awareness maakt het lichamelijke tot een psychologisch en existentieel probleem. Lassnig onderzoekt het lichaam. Proganó doet eigenlijk hetzelfde, want haar lichamen zijn vervormd, onhandig, kinderlijk, grotesk of absurd, maar haar lichamen misdragen zich.
De jonge Fenna Witkamp onderzoekt zelfexpressie, genderrollen, seksualiteit, taboes en het lichaam tegenover de maatschappelijke structuren die vooroordelen en taboes creëren, zoals de ongemakkelijke, erotische en intense relatie tot het naakte lichaam. Witkamp maakt duidelijk dat maatschappelijke mechanismen bepalen hoe wij naar het lichaam kijken, het is meer een theoretisch onderzoek, terwijl in de kunst van Progranó het lichaam zich niets meer aantrekt van die mechanismen.
Wynnie Mynerva, een Peruaanse, die aan de Rijksacademie heeft gestudeerd en deel uitmaakt van de Nederlandse traditie (ja, een beetje kort door de bocht) is misschien nog de beste vergelijking. Haar werk gaat heel expliciet over lichaam, seksualiteit, gender en de verstoring van wat zij de normatieve waarheid van seks en gender noemt. Daar zie je precies het verschil tussen twee soorten hedendaagse rebellie.
De Nederlandse traditie analyseert de maatschappelijke norm en gaat het dan ontregelen. Progranó maakt wat we met zijn allen fatsoenlijk vinden belachelijk. Zij is minder geneigd om haar rebellie te intellectualiseren.
Nederlandse curatoren en kunstgalerieën opgelet! Proganó kan een interessante kunstenares zijn omdat zij op een andere manier de conventies aankaart en aan haar laars lapt dan in Nederland gebruikelijk is.

Erkenning
Adriana Proganó won de EDP Foundation New Talent Prize 2022, een onderscheiding die unaniem werd toegekend door een jury, die benadrukte juist haar combinatie van ironie, humor en institutionele kritiek en haar vernieuwende manier om schilderkunst naar het domein van het object uit te breiden. Deze prijs beloont haar talent om iets nieuws en opvallends te creëren in het hedendaagse Portugese artistieke landschap.
Sinds 2018 neemt ze deel aan individuele en collectieve tentoonstellingen. Ze heeft geëxposeerd bij de Galerias Municipais in Lissabon, Zé dos Bois en Casa da Cerca.
Ze is meer dan een veelbelovende jonge Portugese kunstenaar. Haar werk zit in de Portugese staatscollectie, de Fundação EDP, de António Cachola-collectie en andere belangrijke collecties en haar recente tentoonstellingslijst bevat onder meer MAAT, Culturgest en het Museu de Arte Contemporânea de Elvas.




Geef een reactie