Over Portugal is hier al ontzettend veel gezegd en geschreven, over schoonheid, charme, cultuur, natuur, het culinaire, authentieke en noem maar op. Maar blijkbaar heeft het land ook nog deze onderbelichte kwaliteit: het voortbrengen van de best betaalde sporters ter wereld. Bijna vanzelfsprekend denken we dan aan een van de vele beroemde voetballers die het land al heeft gekend. Maar neen, na de indigestie die het WK nu al heeft opgeleverd, gaan we het niet opnieuw over voetbal hebben!

Nee, niet voetballers zijn de best verdienende sporters ooit
Het Amerikaanse zakentijdschrift Forbes becijferde dat de Portugese voetballer Cristiano Ronaldo ook in het afgelopen jaar de best betaalde sportbeoefenaar ter wereld was. Straffe prestatie, zeker als je weet dat hij dit al zes keer voor elkaar kreeg, waarvan de laatste vier jaar op rij. Met zijn 300 miljoen dollar op jaarbasis overtreft hij ook de bokslegende Floyd Mayweather (285 miljoen in 2018). Ronaldo stapelt de records op en verdiende tot nu toe in zijn carrière een totaalbedrag van zo’n twee miljard dollar. Maar dit alles verbleekt in vergelijking met het veelvoud dat een andere Portugees ooit bijeen scharrelde. Maar daarvoor moeten we een eind terug in de geschiedenis.
Een jongen uit Lamego rolt in het professionele wagenrennen
Gaius Apuleius Diocles komt in het jaar 104 na Christus ter wereld in Lusitania, meer bepaald in Lamecum, het huidige Lamego in Portugal. Zijn vader heeft er een klein transportbedrijf en het gezin is relatief welgesteld. Hij lijkt voorbestemd om bij zijn vader te gaan werken, maar als tiener ontwikkelt hij een passie voor Romeinse wagenrennen. Lusitania maakt op dit moment deel uit van het Romeinse Rijk en deze spektakels worden geïntroduceerd via rondreizende groepen of invloeden van de aldaar gestationeerde legioenen. De sport is op dat moment immens populair, met als epicentrum de hoofdstad Rome. Maar ook in Lusitania, dat een florerende paardenmarkt heeft en waar zowat de beste paarden ter wereld gekweekt worden (het beroemde Lusitano-ras is trouwens genoemd naar de Romeinse provincie).
Op zijn achttiende wordt Gaius al in Catalonië gesignaleerd, waar hij vermoedelijk zijn eerste overwinningen op vreemde bodem boekt. De sport is ook daar erg populair, onder andere in Lleida (het huidige Lérida) en Tarraco (Tarragona). Daar zal het Romeinse circus een van de best bewaarde ter wereld worden, dat tegenwoordig op de UNESCO Werelderfgoedlijst staat. Hij bouwt er al snel een reputatie op en die brengt hem naar het hoogste niveau, het Circus Maximus in Rome, zowat de Champions League-tempel van deze sport. Daar presenteert hij zich als Lamecus, een eerbetoon aan zijn geboortestad Lamego. In 122 na Christus debuteert hij er als professioneel vierspanmenner en als 18-jarige neofiet sluit bij aan bij de stal van de populaire witte factie (facione, zie uitleg hieronder*). De wedstrijden in Rome zijn zo’n beetje autoraces avant la lettre, qua populariteit te vergelijken met de tegenwoordige Formule 1, maar ook Max Verstappen kan niet tippen aan wat Diocles zal presteren.

Wagenrennen in het Oude Rome vielen onder de noemer ‘brood en spelen’, het middel bij uitstek voor de keizers om het volk politiek rustig te houden. Ze waren veruit het populairste onderdeel van het Romeinse vermaak, met wekelijkse races die plaatsvonden in enorme arena’s, zoals het Circus Maximus, waar tot 150.000 toeschouwers een plaatsje konden vinden. De wedstrijden werden georganiseerd door vier factiones* (de witten, de roden, de groenen en de blauwen), die elk met een eigen trouwe aanhang zorgden voor een intense rivaliteit onder de fans. Verschillende consortia van financiers en sponsors, die elkaar ook bekampten voor de diensten van bijzonder getalenteerde menners, zorgden ervoor dat er veel geld omging in het circuit. De toprenners konden dan ook aanzienlijke roem, maar vooral veel geld verdienen.
De strijdwagens bereikten snelheden die vaak tot catastrofale botsingen leidden in de scherpe U-bochten. Daarbij werden de bestuurders ook voortdurend geconfronteerd met kantelende voertuigen en risico op vertrapping door in paniek geraakte paarden. Bovendien was de uitrusting best sober, ze bestond uit een lederen helm, scheenbeschermers, een borstbeschermer, een trui, een zweep en een gebogen mes. Dat laatste was wel handig om tegenstanders af te houden die te dichtbij kwamen of om zichzelf los te snijden uit de teugels na een val. Zoals ook te zien in de film Ben-Hur, was de sport dus bijzonder gevaarlijk, met een hoog risico op ernstige en zelfs dodelijke letsels. De meeste renners werden niet eens dertig jaar oud. Een race ging over zeven loodzware ronden en op het einde mochten zij die niet ten val waren gekomen of omkwamen, en ook nog eens in de top drie eindigden, een prijs in ontvangst nemen.
Portugese Ben-Hur in Rome
Gaius Apuleius Diocles wordt al snel een begrip in Rome. Hij doktert een tactiek en techniek uit, waarbij hij een afwachtende houding aanneemt en aanvankelijk van achteruit de tegenstand bestudeert. In de laatste ronden haalt hij dan telkens weer verschroeiend uit om iedereen voorbij te razen en meestal in de prijzen te vallen. Dichters bezingen de prestaties van de beste racers en kunstenaars schetsen ruwe afbeeldingen van hun gezichten op muren in de stad. De betere jockeys, zoals Lamecum, worden dan ook onsterfelijk beroemd en bovendien buitengewoon rijk.

Hallucinante cijfers
Peter T. Struck is hoogleraar klassieke studies aan de universiteit van Pennsylvania en hem moeten we bedanken voor zijn onderzoek naar atleten door de geschiedenis heen. Gebaseerd op twee ere-inscripties, die zijn gevonden in Rome en Praeneste, komt hij tot nauwelijks te vatten conclusies. Diocles was als atleet tot zijn 42ste actief, in totaal dus 24 jaar. Uit wat we ondertussen weten over de risicofactoren in het wagenmennen, is dit een verbazend lange periode. Hij nam deel aan 4.257 vierspanraces, zowel individueel als in teamverband. Daarvan won hij er 1.462, naast 861 tweede en 576 derde plaatsen. Het meest frappante cijfer is echter zijn inkomen. Het totaal verzamelde bedrag tijdens zijn carrière bedraagt 35.863.120 sestertiën. Dit zegt misschien niet direct veel, maar het is gigantisch, temeer omdat toen nog geen kledijsponsors, portretrechten of inkomsten uit miljoenen accounts op sociale media bestonden. Ter vergelijking: genoeg om de toenmalige stad Rome een jaar lang van graan te voorzien. Misschien makkelijker om het zo zien: het equivalent van 20 procent van het jaarloon van alle soldaten van het Romeinse leger samen, op het hoogtepunt van het keizerrijk. Vergeleken met de huidige salarissen van de Amerikaanse strijdkrachten, gedurende eenzelfde periode en inclusief inflatie, komt dat neer op ongeveer 15 miljard dollar of 11 miljard euro. Per definitie loopt elke vergelijking wel ergens mank, maar zelfs als we rekening houden met een brede foutenmarge is dit gewoon duizelingwekkend. Om terug te keren naar Ronaldo: Diocles verdiende 7,5 keer het totale inkomen van de voetballer. Daarmee is hij zo goed als zeker de best betaalde atleet aller tijden.
De nalatenschap
Gaius trekt zich na zijn actieve carrière terug in Praeneste, het huidige Palestrina net buiten Rome, waar hij ook zal sterven. Zijn erfgoed staat in schril contrast met zijn prestaties. Om nog eens op Cristiano Ronaldo terug te vallen: die kan bij leven al refereren naar de luchthaven van Madeira die naar hem genoemd is. Op het eiland waar hij geboren is, staat ook het Museu CR7 en in Funchal werd een plein en een hotel naar hem genoemd. Je vindt er ook een bronzen standbeeld van de voetballer.

Dan moet Gaius Apuleius Diocles het wel met veel minder doen. Er zijn de reeds vermelde inscripties in Rome en Praeneste, dat is iets. Maar verder is er alleen een standbeeld in zijn geboortestad Lamego, aan de Fonte de Lamego (Jardim da República). Daar hangt ook een azulejo, gemaakt door Jorge Colaço, welke echter in erbarmelijke staat verkeert. Ook hier geldt zo’n een beetje dat echte helden soms geen sant in eigen land zijn.

Conclusie
Diocles is een sportheld, die dankzij zijn ongeëvenaard talent en strategisch inzicht gedurende jaren absoluut top werd in de risicovolle wereld van de Romeinse wagenrennen. Ondanks het feit dat hij door de erosie van de geschiedenis wat in de vergeethoek raakte, is en blijft hij een uitzonderlijk atleet in de wereldwijde historie van de sport. Het lijkt mij dat deze figuur in Portugal niet de weerklank kent die hij verdient. Ik kan dan ook alleen maar hopen dat dit schrijfsel mag bijdragen aan een zeker eerherstel voor deze grote meneer uit de Portugese sportwereld, in Rome bekend als ‘kampioen van alle wagenmenners’.




Geef een reactie