Als een land zijn koloniën verlaat, blijft er veel achter. De taal, de (te kleine) beroepsbevolking, de administratieve structuur, de wetten, de fysieke infrastructuur, enzovoort. Als, zoals in het geval van Portugal, ook het leger na de bevrijdingsstrijd de koloniën verlaten heeft, blijft er nog meer achter. Verlaten kazernes, wrakken van vrachtwagens, soms mijnen. De soldaten laten soms nog iets anders achter: de kinderen die ze verwekten bij de lokale vrouwen. Over deze kinderen gaat dit artikel.
“Mijn vader heet Furriel.”
Jarenlang geloofde Fernando Hedgar da Silva dat dit de naam van zijn vader was. Pas als volwassene ontdekte hij de pijnlijke waarheid: furriel is helemaal geen voornaam, maar een militaire rang, vergelijkbaar met sergeant. Zijn moeder had zich na tientallen jaren slechts één woord herinnerd van de Portugese militair met wie zij tijdens de koloniale oorlog een relatie had gehad.
Fernando bleek niet de enige.
Verspreid over Angola, Mozambique en Guinee-Bissau leven duizenden mannen en vrouwen die tijdens de Portugese koloniale oorlog (1961–1974) werden geboren uit relaties tussen Portugese militairen en Afrikaanse vrouwen. In de voormalige koloniën worden zij vaak aangeduid als filhos de tuga – kinderen van de Portugees.
In Guinee-Bissau werd de term, in het Kriol zegt men dan fidju di tuga, vaak als scheldwoord gebruikt. Sommige mensen noemden hen zelfs restos de tuga (restanten van de Portugezen), een zeer kwetsende benaming. Veel van deze mensen voelen zich zowel door Portugal als door hun eigen samenleving in de steek gelaten. Hun geschiedenis is lang vrijwel onzichtbaar gebleven.
Een vergeten erfenis van de koloniale oorlog
De Portugese koloniale oorlog duurde dertien jaar. Portugal probeerde zijn Afrikaanse overzeese gebiedsdelen te behouden, terwijl onafhankelijkheidsbewegingen vochten voor zelfbeschikking in Angola, Mozambique en Guinee-Bissau.
In die periode werden ongeveer 800.000 Portugezen, verreweg de meesten mannelijke dienstplichtigen, naar Afrika uitgezonden. Zij verbleven vaak twee of drie jaar ver van huis. In die jaren ontstonden duizenden relaties met lokale vrouwen. Sommige waren liefdevol en vrijwillig. Andere kwamen voort uit de grote machtsongelijkheid tussen bezetter en bevolking. Zoals in vrijwel iedere oorlog zijn ook gevallen van dwang en seksueel geweld gedocumenteerd.

Een liedje uit de RTP-documentaire Filhos de Tuga, waarover later meer, beschrijft een soldaat, hoe hij een relatie krijgt met een lokale vrouw en daarmee een kind krijgt.
Ik was de oorlog al meer dan beu
en dacht voortdurend aan mijn vaderland.
Op een dag ging ik wat wandelen
Ik was de oorlog al meer dan beu
en dacht voortdurend aan mijn vaderland.
In een eenzame hut
zat een lief zwart meisje alleen
Toen ze mij zag,
barstte ze in tranen uit.
Ik kreeg zo’n medelijden
met dat donkerharige meisje,
dat we samen het binnenland in vluchtten.
We zijn nu een gelukkig paar
en hebben inmiddels een kindje,
dat overigens een mulat is.
Na de Anjerrevolutie van 25 april 1974 kwam een abrupt einde aan de oorlog. De Portugese militairen keerden terug naar huis. Veel kinderen bleven achter.
Hoeveel precies weet niemand.
Juist dat is veelzeggend. De Portugese overheid heeft nooit systematisch onderzocht hoeveel oorlogskinderen er zijn geboren. Historici spreken daarom bewust over duizenden en vermijden nauwkeurige schattingen waarvoor geen betrouwbaar bewijs bestaat.
Een taboe dat tientallen jaren bleef bestaan
Opmerkelijk is niet alleen dat deze kinderen nauwelijks werden erkend, maar ook dat er in Portugal zelf bijna niet over werd gesproken. Na de Anjerrevolutie richtte het land zich op democratisering, Europese integratie en economische ontwikkeling. De koloniale oorlog verdween grotendeels uit het publieke debat. Oud-militairen zwegen vaak over hun ervaringen. Hun gezinnen stelden weinig vragen. Daardoor verdwenen ook de kinderen uit het collectieve geheugen.
Journaliste Catarina Gomes besloot dat zwijgen te doorbreken. Tijdens onderzoek in Guinee-Bissau ontmoette zij mannen en vrouwen die al hun hele leven op zoek waren naar een vader van wie zij vaak niet meer wisten dan een voornaam, een bijnaam of een militaire rang.

Bron: Tinta da China
Dat onderzoek resulteerde in het boek Furriel não é nome de pai (Furriel is geen naam van een vader), uit 2015, dat in Portugal veel indruk maakte. In 2025 volgde de driedelige documentaireserie Filhos de Tuga, uitgezonden door de Portugese publieke omroep RTP, waarin dezelfde zoektocht wordt voortgezet.
Een identiteit zonder naam
Vrijwel alle verhalen beginnen hetzelfde.
Een moeder vertelt haar kind dat de vader Portugees was. Soms bewaart zij een vergeelde foto. Soms is er een oude brief. Vaak blijft alleen een herinnering over aan een naam als António, Manuel of João.
Of aan één woord: furriel.
Voor veel oorlogskinderen werd identiteit een levenslange zoektocht. Fernando Hedgar da Silva beschrijft hoe hij als jongen voor de spiegel stond en zich afvroeg waarom zijn huid lichter was dan die van zijn broers en zussen. Zijn uiterlijk maakte hem anders. Niet alleen thuis, maar ook op school en in het dorp. Sommigen kregen dagelijks te horen dat zij geen echte Guineeërs waren. Anderen werden uitgescholden voor restos de tuga.
Niet omdat zij iets hadden gedaan, maar omdat zij geboren waren.
Op zoek naar een vader
De Portugese documentaire Filhos de Tuga laat zien dat de zoektocht meestal niet draait om financiële claims of een Portugees paspoort.
Vrijwel iedereen zegt hetzelfde: “Ik wil gewoon weten wie mijn vader is.”
Dat lijkt een eenvoudige wens, maar blijkt vaak bijna onmogelijk. Veel militaire archieven zijn onvolledig. Namen zijn verkeerd gespeld. Militairen zijn overleden. Moeders herinneren zich soms alleen een voornaam of een rang. In andere gevallen weten kinderen niet eens in welk legeronderdeel hun vader diende.

Toch zijn er ook hoopvolle verhalen. Fernando Hedgar da Silva richtte in Guinee-Bissau een vereniging op voor oorlogskinderen. Jaarlijks organiseren zij een Homenagem ao pai desconhecido – een eerbetoon aan de onbekende vader. Daarbij leggen zij bloemen op de graven van Portugese militairen die tijdens de koloniale oorlog omkwamen. Hun boodschap is opmerkelijk: zij zoeken geen wraak, maar erkenning. Zij zeggen door te gaan “tot hun vaders hen erkennen, of ten minste Portugal dat doet”.


Hier de link van de serie: https://www.rtp.pt/play/p15169/filhos-de-tuga
Niet iedere vader liet zijn kind bewust achter
Het onderwerp roept gemakkelijk morele verontwaardiging op. Toch vraagt historisch onderzoek om nuance. Niet iedere Portugese militair verdween vrijwillig uit het leven van zijn kind.
Sommige soldaten wilden hun partner meenemen naar Portugal, maar kregen daarvoor geen toestemming van hun legeronderdeel of familie. Anderen verloren na de onafhankelijkheid ieder contact doordat postverbindingen wegvielen en grenzen sloten. Er zijn ook voorbeelden van militairen die tientallen jaren later alsnog actief naar hun Afrikaanse kinderen zochten.
De documentaire laat zo’n uitzonderlijk verhaal zien. Een voormalige militair uit Angola had zijn hele leven geprobeerd zijn zoon terug te vinden. Uiteindelijk ontmoeten vader en zoon elkaar alsnog in Portugal, meer dan een halve eeuw na hun scheiding.


Dat neemt niet weg dat veel andere vaders iedere verantwoordelijkheid ontliepen. Sommigen ontkenden het vaderschap. Anderen wilden hun nieuwe gezin in Portugal niet confronteren met een verleden in Afrika.
De werkelijkheid bestaat dus uit vele persoonlijke geschiedenissen. Er is geen enkel verhaal dat voor iedereen geldt.
Portugal worstelt nog steeds met dit verleden
De RTP-serie Filhos de Tuga stelt uiteindelijk een grotere vraag dan alleen die naar individuele vaders.
Juridisch ligt de verantwoordelijkheid in de eerste plaats bij de individuele vader. Hij is degene die een kind heeft verwekt en eventueel heeft erkend of juist niet.
Maar heeft ook de Portugese staat een verantwoordelijkheid? Deze kinderen zijn geboren tijdens een oorlog die Portugal voerde. De makers vragen zich af of de staat ten minste moet helpen bij het terugvinden van militaire archieven, persoonsgegevens en andere documenten waarmee familiebanden kunnen worden vastgesteld.
Voor veel betrokkenen draait het daarbij niet om geld of nationaliteit. Het gaat om erkenning. Om eindelijk een naam te krijgen bij een gezicht.
Maar daarnaast bestaat een bredere maatschappelijke discussie. De Portugese staat stuurde honderdduizenden jonge mannen naar Afrika. Zij verbleven daar jarenlang onder uitzonderlijke omstandigheden. Dat daaruit kinderen zouden voortkomen, was geen onvoorzien gevolg. Toch heeft Portugal nooit onderzocht hoeveel oorlogskinderen er zijn, noch systematisch geprobeerd hen te helpen hun afkomst te achterhalen.
Critici vinden dat de overheid daarom ten minste toegang zou moeten geven tot militaire archieven, administratieve dossiers en andere gegevens waarmee familiebanden kunnen worden vastgesteld.
Voorstanders van terughoudendheid wijzen erop dat de staat niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor iedere persoonlijke relatie van individuele militairen.
Beide standpunten zijn verdedigbaar. Juist daarom is dit onderwerp geen eenvoudige juridische kwestie, maar vooral een morele.
Een geschiedenis die nog niet voorbij is
De documentaire van Catarina Gomes laat zien dat de koloniale oorlog voor veel mensen nooit werkelijk is geëindigd. De voormalige militairen zijn inmiddels vaak tachtigers. Hun kinderen zijn vijftigers of zestigers. Toch zijn de vragen dezelfde gebleven als vijftig jaar geleden.
Wie was mijn vader?
Lijk ik op hem?
Heb ik broers of zussen?
Waarom heeft niemand ooit naar mij gezocht?
Soms eindigt die zoektocht met een emotionele hereniging. Maar veel vaker blijft slechts onzekerheid over.
Niet alleen een Portugees verhaal
De geschiedenis van de filhos de tuga is uniek in de Portugese context, maar het verschijnsel zelf is universeel. Overal waar koloniale overheersing, bezetting of oorlog langdurig plaatsvond, werden kinderen geboren uit relaties tussen militairen en lokale vrouwen. Soms ontstonden die relaties uit liefde, soms uit economische afhankelijkheid, soms uit dwang of verkrachting. De kinderen hadden daar geen enkele invloed op, maar droegen wel hun leven lang de gevolgen.
Portugal staat daarmee niet alleen. Ook Nederland, België en de Verenigde Staten, en meer landen met een oorlog in het verleden, kennen een vergelijkbare geschiedenis.
Nederland: de vergeten kinderen van Nederlands-Indië
Kort na de Tweede Wereldoorlog probeerde Nederland zijn kolonie Nederlands-Indië met militair geweld te behouden. Tussen 1945 en 1949 werden ruim 120.000 Nederlandse militairen uitgezonden. Ook daar ontstonden relaties tussen soldaten en Indonesische vrouwen. Na de soevereiniteitsoverdracht keerden vrijwel alle militairen terug naar Nederland. Veel kinderen bleven achter.

Foto Hugo Wilmar/MARVO Nationaal Archief
Net als in de voormalige Portugese koloniën groeiden velen op zonder hun vader te kennen. Sommigen beschikten slechts over een naam of een vergeelde foto. Anderen wisten helemaal niets. Pas de laatste jaren krijgt deze groep meer aandacht, mede dankzij historisch onderzoek van het NIOD en persoonlijke getuigenissen.
België: de métiskinderen van Congo
België ging nog een stap verder.
In Belgisch-Congo, Rwanda en Burundi beschouwde de koloniale overheid kinderen van een Belgische vader en een Afrikaanse moeder als een aparte bevolkingsgroep: de métis. Veel van deze kinderen werden vlak vóór de onafhankelijkheid van hun moeder gescheiden en ondergebracht in katholieke instellingen of pleeggezinnen. Zij verloren niet alleen hun vader, maar vaak ook hun moeder, taal en cultuur.

Foto C. Vandekelder
Na jarenlang onderzoek bood de Belgische regering in 2019 officieel excuses aan voor deze gedwongen scheidingen. In 2024 bevestigde een Belgische rechter dat de staat aansprakelijk was voor het leed dat deze kinderen werd aangedaan. Portugal heeft een dergelijke officiële erkenning voor de filhos de tuga nog niet uitgesproken.
Vietnam: kinderen van de vijand
Tijdens de Vietnamoorlog ontstond opnieuw dezelfde geschiedenis.

Bron: U.S. National Archives and Records Administration
Tienduizenden kinderen werden geboren uit relaties tussen Amerikaanse militairen en Vietnamese vrouwen. Na de Amerikaanse terugtrekking werden zij vaak uitgescholden als children of the dust. Door hun vaak lichtere huid of westerse uiterlijk vielen zij onmiddellijk op. Pas twaalf jaar later veranderde hun situatie enigszins. Met de Amerasian Homecoming Act van 1987 kregen duizenden oorlogskinderen de mogelijkheid naar de Verenigde Staten te emigreren. Maar ook daar bleek afkomst niet eenvoudig uit te wissen. Veel Amerasians spraken nauwelijks Engels, voelden zich geen Amerikaan en werden ook daar geconfronteerd met vooroordelen.
De oorlog eindigt niet met een wapenstilstand
Oorlogen worden vaak beschreven in aantallen gesneuvelden, veldslagen en vredesverdragen. Veel minder aandacht is er voor de kinderen die eruit voortkomen.
De filhos de tuga herinneren eraan dat een oorlog nog generaties kan doorwerken. Niet alleen in beschadigde gebouwen of politieke verhoudingen, maar ook in families die nooit compleet zijn geworden. Portugal heeft de afgelopen decennia veel kritischer leren kijken naar zijn koloniale verleden. Het werk van journaliste Catarina Gomes heeft daarbij een belangrijke rol gespeeld. Met haar boek Furriel Não É Nome de Pai en de documentaireserie Filhos de Tuga gaf zij een gezicht aan mensen die jarenlang onzichtbaar waren gebleven.
Misschien is dat wel de belangrijkste les van deze oorlogskinderen. De meest hardnekkige littekens van een oorlog zijn vaak niet zichtbaar. Ze leven voort in mensen die nog altijd zoeken naar iets wat voor de meesten vanzelfsprekend is: een naam, een familie en een plaats in hun eigen geschiedenis.
Bronnen
- Catarina Gomes, Furriel Não É Nome de Pai – Os filhos que os militares portugueses deixaram na Guerra Colonial (Tinta da China, 2018; herziene editie 2026).
- De documentaireserie Filhos de Tuga (RTP)




Geef een reactie