Na de bankencrisis in 2008 kwam Portugal in woelig financieel vaarwater terecht en steeg de staatsschuld tot ongekende hoogtes. Het land ging gebukt onder de lasten van een wereldwijde financiële crisis en een begrotingstekort buiten proporties, als gevolg van de eerdere moeilijke post-revolutionaire jaren. Europa tikte Portugal zwaar op de vingers en stuurde, in ruil voor een lening van 78 miljard euro, een Troika uit om orde op zaken te stellen. De Portugezen hebben het geweten met onder andere besnoeiingen in de sociale sector en zwaar loonverlies.

Studentenprotest bevrijdt Portugal
Portugal heeft een historische traditie op het gebied van studentenprotest. Tijdens het beleid van Dom Carlos (1863-1908), wordt de voorlaatste koning geconfronteerd met zware economische en politieke problemen. Hij is de stakingen en strubbelingen in het parlement zo beu, dat hij in 1906 João Franco benoemt als eerste minister. Hij geeft hem bovendien bijzondere volmachten, maar dit verhoogt alleen de onvrede in het land. In maart van het jaar daarop gaan de studenten van de universiteit van Coimbra over tot de Greve Académica (Academische Staking), een eis tot hervormingen op pedagogisch, cultureel en politiek vlak. De studenten weigeren de lessen bij te wonen en ondanks het repressieve optreden van de overheid -dat op dat moment dictatoriale vormen aanneemt- breidt de staking uit naar de universiteiten van Lissabon en Porto.

Het dreigend verlies van een schooljaar maakt een einde aan de studentenrevolte en het lijkt op een capitulatie, maar de impact zal pas later blijken. De studenten hebben de algemene onvrede bij de bevolking in die mate aangewakkerd dat dit indirect zal leiden tot de Regicídio (Koningsmoord) in 1908 en de Oktoberrevolutie in 1910, die resulteert in de oprichting van de Portugese Republiek. Een aantal van de stakende studenten zullen prominente figuren worden in de Eerste Republiek.
Ook aan de Anjerrevolutie van 1974 gaat jarenlang protest van de studentenbeweging vooraf. De Crise Académica in Lissabon (1962) en die in Coimbra (1969) leiden tot grootschalige stakingen en bezettingen tegen het dictatoriale regime van de Estado Novo. Het zijn twee scharniermomenten, waarbij het ongemeen harde optreden van de PIDE (geheime politie) zorgt voor verontwaardiging in brede lagen van de bevolking. Censuur en angst zijn wapens van Salazar’s dictatuur, maar de studenten doorbreken het patroon met hun openlijke kritiek. Ze maken duidelijk dat het regime niet onaantastbaar is en schudden op die manier het geweten van de natie wakker.
Ook op vandaag blijft studentenprotest een fenomeen. Op 24 maart laatstleden kwamen duizenden studenten uit het hele land op straat voor een nationale demonstratie waarin gratis onderwijs, meer huisvesting en betere studieomstandigheden werden geëist. Ook eind vorige maand nog, toen manifesteerden middelbare scholieren en professoren tegen de chaos rond de nationale examens, na het fout gelopen digitalisatieproces.
Muziek speelt een belangrijke rol

De protesten in de aanloop naar de Anjerrevolutie zorgden ook voor het ontstaan van de Música de Intervenção (letterlijk: interventiemuziek, protestsongs). De studenten in Coimbra vonden in de traditionele fado van Coimbra, die wordt gezongen door studenten in zwarte capes, een ideaal medium om hun grieven openbaar te maken. De melancholische teksten over liefdesverdriet werden vervangen door nummers over vrijheid, de koloniale oorlog en de onderdrukking door het regime. In de protestsongs van populaire artiesten als Zeca Afonso, Manuel Freire en Fausto Bordalo Dias, werd gewerkt met subtiele beschrijvingen om de censuur te omzeilen.

Maar terug naar begin 2000. Precies honderd jaar na de koningsmoord van 1908 verzeilt Portugal dus opnieuw in een economische crisis. Met medewerking van de pas verkozen rechtse regering mag Europa, onder leiding van frau Merkel, met de Troika in 2011 zowat zijn conservatieve zin krijgen. Het resultaat blijkt echter eigenlijk contraproductief. Wie mensen zonder een behoorlijk inkomen laat proberen te overleven, zet in principe de economische activiteit op de helling. En zo geschiedt. Portugezen die het zich nog kunnen veroorloven, laten hun vaderland achter; op zoek naar een betere toekomst elders. Wie achterblijft wordt geconfronteerd met de doffe ellende van jarenlange financiële miserie. Een bevolkingsgroep die in dergelijke omstandigheden ook bijzonder zwaar getroffen wordt, is die van (hoogopgeleide) studenten en net afgestudeerden. Jarenlange inspanningen om een diploma te versieren en dan op een arbeidsmarkt belanden zonder enig perspectief op behoorlijk werk. Een onbetaalde stage of job met recibos verdes (schijnzelfstandigheid zonder sociale rechten) kunnen dit niet verhelpen. Het leidt tot een verloren generatie, een Geração à Rasca.

De omschrijving verwijst naar een kritisch artikel over een studentenprotest in 1994, waarin de journalist de rebellerende jongeren met deze woorden in een negatieve interpretatie omschreef als een ‘waardeloze generatie’. De studenten omarmden de belediging echter als een geuzennaam. Tijdens het protest lieten enkele van hen toen demonstratief hun blote billen zien aan de minister van Onderwijs, waardoor de benaming een legendarisch begrip werd in de Portugese politieke geschiedenis. In 2011 keert het begrip terug, maar wordt nu geïnterpreteerd als ‘estar à rasca’ (wanhopig in nesten zitten).
Deolinda met vuurwerk
Net voor de aankomst van de Troika zorgen de muzikanten van Deolinda voor vuurwerk. De band, die een mix van pop en fado brengt, is sinds de release van Dois Selos E Um Carimbo (2008) ontzettend populair geworden. Portugal Portal had het hier al uitgebreid over deze plaat. De groep heeft er net een tournee door Europa op zitten, met onder andere een doortocht in Nederland en het Belgische Leuven, als ze in januari 2011 begint aan een reeks van vier concerten in de Colisea van Lissabon en Porto. In de playlist zit een nieuw nummer, Parva que sou (Wat Ben Ik Dwaas), dat de problematiek van deze verloren generatie beschrijft.

Volgens Pedro da Silva Martins, componist en gitarist van de band, was het oorspronkelijke opzet een nummer te maken rond zijn broer Luis José. Die laat tijdens het spelen al eens een steek vallen en zegt dan dat hij een dwaas is. De reden hiervoor is niet dat hij dom is, maar wel een reactie op het foutje. Het nummer ging echter een totaal andere richting uit en komt alleen op die playlist als enige nieuwe song waarvan op dat moment de arrangementen al af zijn en omdat het thema hen actueel lijkt. Try-outs op repetities en bij vrienden zorgden niet meteen voor hoge verwachtingen, maar de song slaat live in als een bom. Amateurbeelden komen meteen op YouTube, met in de kortste keren meer dan een miljoen views. De protestsong geeft zelfs de aanzet tot het openen van het politiek debat omtrent de problemen van de jongeren in het parlement. Het wordt een bindmiddel onder de studenten en een waar volkslied van het studentenprotest. Deolinda heeft de Canção de Intervenção heruitgevonden en de studentenhymne van de 21ste eeuw gecreëerd.
De motor achter wereldwijd protest

Parva Que Sou wordt algemeen beschouwd als het lied van deze verloren generatie en de inspiratiebron achter de demonstraties die er aankomen. Een maand later immers, wordt Portugal overspoeld door het Geração à Rasca-protest, een reeks demonstraties waarvan de opkomst in Lissabon alleen al tussen de 200.000 en 300.000 manifestanten wordt geschat. Het initiatief komt van vier vrienden die het via sociale media verspreiden. Dit zorgt ervoor dat naast de optochten in elf Portugese steden ook wereldwijd protesten losbarsten, door Portugese migranten voor hun ambassades, van Maputo over Barcelona tot New York. Twaalf maart 2011 zal herinnerd worden omwille van een van de grootste demonstraties (los van politieke partijen) sinds de Anjerrevolutie en het eerste grote evenement in Portugal dat via internet wordt georganiseerd.
Hoe verging het Deolinda verder?
De band is eigenlijk een familiezaak. Zangeres Ana Bacalhau is een nicht van de broers Pedro en Luís José da Silva Martins (beide op gitaar), terwijl Zé Pedro Leitão (contrabas) haar echtgenoot is. Na het enorme en onvoorziene succes van Parva Que Sou werkt de groep nog twee succesvolle albums af, waarvan Outras Histórias uit 2016 door vele critici als het beste album van het decennium wordt beschouwd. Van het officieuze volkslied van de studenten volgt echter geen studio-opname.

Wel wordt eind 2011 een live-album-DVD uitgebracht van het volledige concert dat Deolinda eerder gaf in Lissabon op 29 januari. Je vindt het hier integraal terug. In 2017 kondigt de groep, na bijna duizend concerten in 31 landen, een pauze van onbepaalde duur aan.
De charismatische frontvrouw Ana Bacalhau start een succesvolle solocarrière op. Naast enkele succesvolle platen levert het haar ook een status als mediafiguur op. Zo fungeert ze als jurylid bij Ídolos (de Portugese versie van Idool) en wordt door de VN uitgenodigd voor het internationale themalied One Woman (2013), samen met wereldsterren als Bebel Gilberto en Rokia Traoré.
Ook songwriter en gitarist Pedro blijft actief in de muziekwereld. Hij is de auteur van het succesvolle Desfado van Ana Moura en componeerde ook voor Mariza, Cristina Branco en António Zambujo. Hij kwam hier recent ook ter sprake als stichtend lid van de supergroep Cara do Espelho.




Geef een reactie