We schrijven 18 januari 1934, iets over middernacht in Casal Galego. In deze buitenwijk van Marinha Grande, een kuststad in Centraal-Portugal en belangrijk centrum van de glasindustrie, zijn een aantal arbeiders, voornamelijk glasblazers, samengekomen en bekijken hun gereedschap. Niet het ambachtelijke, maar kapmessen, boomzagen, pistolen, geweren en zelfs explosieven. Wat is hier aan de hand?

De aanleiding
Om een en ander te kaderen is een kort stukje voorgeschiedenis hier wel op zijn plaats.
Op 1 februari 1908 wordt koning Carlos I, samen met zijn zoon, vermoord bij een aanslag door republikeins gezinden. Dit zal uitmonden in de Oktoberrevolutie van 1910, een staatsgreep die zorgt voor de oprichting van de Portugese Republiek door de PRP (Portugese Republikeinse Partij). Wat volgt is een woelige periode met 45 (!) regeringen in 16 jaar. In 1926 stopt een militaire coup (de Revolução Nacional) deze vaudeville. Het betekent het einde van de Eerste Portugese Republiek en de installatie van de Ditadura Nacional (Nationale Dictatuur).

Militairen, die geen kaas gegeten hebben van economie en staatskunde, zijn blijkbaar niet de oplossing en er volgt een nieuwe chaotische periode. Revoltes, pogingen tot staatsgreep en contrarevolutie brengen Portugal op de rand van het bankroet. In 1927 verschijnt António de Oliveira Salazar, een professor aan de universiteit van Coimbra, op het toneel als minister van financiën (hij is dat het jaar daarvoor al geweest, maar nam na twee weken ontslag wegens te weinig bevoegdheden). Met een rigoureus beleid keert hij het tij en met het opgebouwd krediet wordt hij in 1932 benoemd tot President van de Ministerraad, de onbetwiste politieke leider. Het jaar daarop introduceert hij een nieuwe grondwet die de Estado Novo (Nieuwe Staat) installeert, een nieuwe dictatuur, die politieke partijen verbiedt (behalve zijn eigen Nationale Unie), de censuur instelt en de geheime politie PVDE (later de PIDE) opricht. De militaire dictatuur wordt opgevolgd door een officiële dictatuur (1933-1974).
Bovendien heeft Salazar kort voordien (september 1933) het Estatuto do Trabalho Nacional (Nationaal Arbeidsstatuut) ingevoerd. Kort samengevat betekent het dat de overheid de relaties tussen werkgevers en werknemers zelf gaat regelen. Geen plaats meer voor vrije vakbonden, die worden vervangen door Nationale Vakbonden, door de overheid gecontroleerd. Ook stakingen worden verboden en beschouwd als een misdaad tegen de nationale economie. Voor de werkgevers zijn er echter ook verplichte Grémios (Gilden) en een verbod op lock-outs. Arbeidsconflicten worden zodoende onmogelijk gemaakt in een fascistisch klimaat van werkgevers en werknemers die samenwerken voor het ‘hoger belang van de natie’. Om dit alles in ‘goede banen’ te leiden is terzelfdertijd de PVDE (Polícia de Vigilância e Defesa do Estado -Politie voor Bewaking en Verdediging van de Staat) opgericht.
Tijd voor actie
Redenen genoeg dus voor de vakbonden om zich te verenigen in een poging om dit teruggedraaid te krijgen. Op 18 januari wordt een algemene staking georganiseerd met bijhorende manifestaties en acties in de belangrijke steden. Gezien de omstandigheden wordt veel overgelaten aan lokale groepen die niet gecoördineerd te werk gaan. En dit brengt ons terug naar Casal Galego, want dat is precies wat daar aan de gang is, zij het op een afwijkend niveau. Hoe zwak de nationale organisatie is zal in de loop van de dag duidelijk worden en over het algemeen draaien de geplande acties uit op een grote sof. Op wat lokale sabotage en aanslagen op treinroutes en energievoorzieningen na, wordt zowat alles onmiddellijk in de kiem gesmoord door leger en politie. De greve geral (algemene staking) heeft geen draagvlak bij de bevolking en andere sociale groepen en klassen, waardoor ze uitloopt op een sisser, behalve in… Marinha Grande. De motivatie voor actie is daar bijzonder groot, want naast de binnenlandse chaos heeft ook de grote kapitalistische crisis van 1928 een verwoestend effect gehad op de plaatselijke glasindustrie. De lokale werkgroepen hebben het veel grondiger aangepakt dan elders en de manifestatie neemt daar het karakter aan van een revolte. In de vroege morgen trekken honderden gewapende arbeiders in brigades naar de stad, in een voornamelijk door communistische leiders gecoördineerde actie. Toegangswegen en spoorlijnen naar de stad worden geblokkeerd. Naast het stadhuis wordt ook het post- en telegraafkantoor bezet. Ook het lokale bureau van de GNR (Nationale Republikeinse Garde) is geen partij. Het wordt tot overgave gedwongen en de wapens worden verdeeld onder de opstandelingen. De fabrieken worden door een algemene staking lam gelegd en de vakbondslokalen van de glasblazers worden heropend. De bevolking gaat erin mee en de stad is volledig in handen van de rebellen.

Toch worden ze verrast door de aankomst van politietroepen uit het naburige Leiria, gevolgd door militairen, een regiment lichte artillerie en een regiment infanterie. Er volgt een bloedige confrontatie, waarbij de militairen gruweldaden niet schuwen. Maar tegen mitrailleurs en zelfs een vliegtuig boven de stad, kunnen de arbeiders niet op. In de loop van de dag wordt de opstand de kop ingedrukt, waarbij een aantal rebellen kan ontsnappen richting de dennenbossen van het uitgestrekte Pinhal de Leiria. Ze worden dagenlang achtervolgd en tenslotte opgepakt. Er worden in totaal 131 mensen aangehouden, waarvan er 45 door de speciale militaire rechtbank vervolgd worden, wat later ook een aantal dodelijke slachtoffers tot gevolg zal hebben. De arbeiders van Marinha Grande bereiken echter wel het opzet van de algemene staking, wat elders niet lukt: het afsluiten en bezetten van de stad, hoe kort het ook duurde. De algemene staking van 1934 zou waarschijnlijk nauwelijks een voetnoot in de geschiedenis geweest zijn, ware het niet dat ze door de glasblazers de geschiedenis is ingegaan als de Revolta da Marinha Grande.

De reden van de mislukking
Nadien is gebleken dat er onenigheid zou zijn geweest onder de syndicaten over de nationale manifestatie. Ze werd georganiseerd door een vakbondsfront, met als hoofdrolspelers het communistische CIS (Comissão Intersindical Comunista) en het anarchistische CGT (Confederação Geral do Trabalho). Er waren hevige discussies en onderlinge verwijten die leidden tot een klimaat van wantrouwen. Volgens CGT deed de Portugese communistische partij (PCP) er alles aan om de acties te beletten. Ze zou ook de overheid ingelicht hebben over wat er te gebeuren stond, om de staking te doen mislukken en zich van de anarchisten te ontdoen. Feit is dat Salazar op de vooravond van de manifestatie zijn officiële residentie in Lissabon had verlaten en opdracht had gegeven om alle belangrijke overheidsgebouwen door het leger te laten bezetten. Dit zorgde ervoor dat de acties in Lissabon zeer miniem waren, waardoor het gerucht dat de opstand mislukte al snel landelijk de ronde deed.
De gevolgen
Op korte termijn volgt een meedogenloze repressie door het regime. Er vindt een golf van invallen en arrestaties plaats, die de vakbondstructuren en de politieke oppositie in het land monddood maken. Voor de rebellen van Marinha Grande volgt een extra zware vergelding, met zware gevangenisstraffen, waarvoor betrokkenen naar Madeira, de Azoren of Angola worden overgebracht.

Twee jaar later opent het regime de beruchte gevangenis van Tarrafal, op het Kaapverdische eiland Santiago. Eigenlijk een concentratiekamp, dat ook wel Campo da Morte Lenta (kamp van de trage dood) genoemd wordt. Van de eerste lichting gevangenen die er in oktober 1936 aankomt, 151 in totaal, was bijna een derde betrokken bij de revolte van Marinha Grande. Op langere termijn zijn de gevolgen ook dramatisch, want een aantal onder hen zal de erbarmelijke omstandigheden en onmenselijke behandeling niet overleven.
De verdienste
De opstand van 18 januari gaf Marinha Grande echter wel een plaats in de geschiedenis van de grote protesten tegen de Estado Novo. Een voorbeeld van de heldhaftigheid van de Portugese arbeidersklasse, die een belangrijke rol op zich nam in de verdediging van de vrijheid. Misschien was het allemaal nogal naïef om te denken dat deze ongelijke confrontatie kon gewonnen worden, maar het betekende wel een signaal dat het proletariaat zich niet zou verzoenen met dictatuur, censuur en vervolging. Dat het nog tot de Anjerrevolutie van 1974 zal duren vooraleer deze strijd tot een goed einde wordt gebracht, maakt de verdienste van de glasblazers van Marinha Grande er niet minder om.
In 2008 werd in Casal Galego (Marinha Grande) het Casa-Museu 18 de Janeiro de 1934 ingehuldigd. Het huis was een schenking aan de stad en die erkende het historische belang van deze woning voor de revolutionaire acties van de arbeidersklasse in de vorige eeuw. Om de collectieve herinnering aan de deelname van de bewoners van Marinha Grande aan de opstand van 18 januari 1934 te bewaren werd dan ook overgegaan tot renovering en het inrichten van het museum.
Documentaire over het museum
Cinco * * * * * – Sérgio Godinho – Liberdade
Op muzikaal vlak heeft de strijd tegen de dictatuur uiteraard ook een enorme invloed gehad. Namen als Zeca Afonso, Fausto Bordalo Dias en Manuel Freire zijn van groot belang geweest in de aanloop naar de revolutie van 1974. Dit waren over het algemeen artiesten die in het intellectueel studentenmilieu floreerden. Een andere belangrijke protestzanger, die wel dichter bij de gewone man stond, is Sérgio Godinho.

Afkomstig uit Porto (°1945), onderbreekt hij op zijn 20ste zijn studies en verlaat Portugal om de dienstplicht voor de koloniale oorlog te ontlopen. Hij zwerft een tijd door Europa (met ook een kortstondig verblijf in Amsterdam) en trekt later verder naar Brazilië en Canada. Hij neemt overal wel iets mee, waardoor Frans chanson, MPB (Música Popular Brasileira) en Amerikaanse folk-rock ervoor zorgen dat hij een eigen stijl opbouwt, met veel minder invloed van fado en Portugese tradities dan bij zijn tijdgenoten. Ook de ruime vrijheid die hij bij de hippies in Amsterdam en de studenten van Parijs (mei 68) ervaart, maakt indruk en hij bezingt die als een wens voor de Portugese man in de straat. Na de Anjerrevolutie, in september 1974, keert hij terug naar Portugal en brengt er zijn derde LP uit, À Queima-Roupa. Daarop staat het nummer Liberdade, een iconische song uit het post-revolutie liedboek. De protestsong wordt nu een boodschap: politieke vrijheid is niets zonder een verlengstuk op sociaal-economisch vlak. Vooral het refrein (A paz, a pão, habitação, saúde, educação – Vrede, brood, huisvesting, gezondheid, onderwijs) maakt van het nummer een klassieker, die door Godinho omschreven wordt als ‘graffiti op rockmuziek’. Met zijn 20 studio albums is Sérgio een van de belangrijkste en populairste artiesten uit de recente Portugese muziekgeschiedenis geworden.





heel interessant artikel en het lied heb je weer prachtig vertaald. Dank
🙏
hartelijk dank weer voor dit informatieve artikel, mooi eindigend met de zo rake tekst van het lied Liberdade. Wat helaas ook nog steeds in deze tijden geldt en als oproep voor velen noodzaak is, waar ook ter wereld….
Dat laatste, daar heb je (jammer genoeg) gelijk in, Lisette.
Hai Geert,
goed artikel over de opstand in Marinha Grande, maar ik sla natuurlijk helemaal aan op het verhaal over Sergio Godinho. Ik ben er helaas niet bij geweest, maar ik weet dat hij in 2024 nog een tournee heeft gedaan onder de titel Libertade.
In hetzelfde jaar hebben we met mijn koor Orfeão de Águeda diverse songs van hem gezongen, waaronder ook Liberdade.
Als je het leuk vindt een video ervan te zien, hierbij een you tube link met een optreden in Guarda.
https://youtu.be/K6svxpCmp9Q?si=qJMuJWVUCbHBGMux
👍